9.7 / 10 183 reviews 

ZZP’er tóch werknemer? (bron: Van den Brekel Advocaten)

3 NEWS_READING_TIME_ADD

Terug

Wat speelde er?
Het ging in deze zaak om een werkende die van mening is dat sprake is van schijnzelfstandigheid, waardoor eigenlijk sprake zou moeten zijn van een arbeidsovereenkomst tussen hem en de werkverschaffer. De exacte afspraken tussen partijen zijn niet schriftelijk overeengekomen. Wel is de werkende per 11 juli 2022 werkzaamheden gaan verrichten voor de werkverschaffer. Door middel van facturen kreeg de werkende betaald. Op een bepaald moment is er echter onenigheid ontstaan over de hoogte van een factuur.

Nu deze factuur hierdoor niet door de werkverschaffer is voldaan, is de werkende niet meer op werk verschenen. Uiteindelijk stapt de werkende naar de rechter om, onder meer, achterstallig salaris te vorderen.

Oordeel rechter
In deze zaak staat uiteindelijk de vraag centraal of sprake is van een arbeidsovereenkomst. De kantonrechter gaat bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst uit van het nieuwe toetsingskader van de Hoge Raad (het welbekende ‘Deliveroo-arrest’ van 24 maart 2023) en de wettelijke vereisten van de arbeidsovereenkomst.

Voor de rechtsverhouding tussen de werkende en de werkverschaffer geldt dat zij de afspraken die zij hebben gemaakt, nauwelijks op papier hebben gezet. Uit een aantal e-mails kan worden afgeleid dat de werkverschaffer de werkende de keuze heeft gegeven om ofwel als werknemer ofwel als zzp’er aan de slag te gaan. Ook uit een e-mail van de werkende blijft dat hij zelf de mogelijkheid heeft benoemd dat hij als zelfstandige op projectbasis werkzaam zal zijn.

De kantonrechter merkt in dit kader op dat het enkele feit dat de werkende er schriftelijk voor heeft gekozen om als zelfstandige te gaan werken onvoldoende is voor de conclusie dat derhalve geen sprake kan zijn geweest van een arbeidsovereenkomst. Er moet worden vastgesteld welke rechten en plichten zijn overeengekomen en hoe hier uitvoering aan is gegeven in de praktijk. Vervolgens moet worden beoordeeld of de overeengekomen rechten en verplichtingen voldoen aan de wettelijke omschrijving van een arbeidsovereenkomst.

Vaststaat dat de overeengekomen arbeid persoonlijk moest worden verricht en dat de werkende zich niet mocht laten vervangen. Omdat ook in het kader van een overeenkomst van opdracht kan worden overeengekomen dat werkzaamheden persoonlijk worden verricht, wijst dit volgens de kantonrechter niet noodzakelijkerwijs in de richting van een arbeidsovereenkomst.

Wat betreft het element ‘loon’ oordeelt de rechter dat de wijze van factureren (via de eenmanszaak van de werkende) en het tarief van de werkende (€25,- per uur excl. btw) eerder in de richting van een overeenkomst van opdracht wijzen, dan een arbeidsovereenkomst.

Dan het element ‘in dienst van’. Partijen zijn het erover eens dat de afspraken met de klanten van de werkverschaffer over de inzet van de werkende door de statutair directeur werden gemaakt. Volgens de rechter kan niet worden vastgesteld dat de statutair directeur aan werkende uitgebreide instructies gaf hoe hij de opdrachten bij klanten moest uitvoeren. Als er bij de uitvoering problemen waren hadden werkende en de statutair directeur daarover wel contact, maar de rechter is het met de werkverschaffer eens dit logisch was omdat het om haar klanten ging. Uit de gegeven instructies kan geen duidelijke gezagsverhouding worden afgeleid. Dit wijst dus (ook) niet in de richting van een arbeidsovereenkomst.

Werkende gebruikte verder weliswaar bedrijfskleding en een bedrijfsauto van werkverschaffer, maar dit gebeurde enkel in het kader van de presentatie naar klanten, omdat dat professioneel overkwam en vertrouwen gaf ook gezien het feit dat de werkverschaffer een beveiligingsbedrijf is. Daarnaast had werkende meerdere opdrachtgevers en waren zijn werktijden flexibel. Uit de overgelegde correspondentie kon worden afgeleid dat werkende kort van tevoren zijn beschikbaarheid voor het uitvoeren van opdrachten aan de statutair directeur doorgaf. Bovendien is gebleken dat werkende zelfs ten minste éénmaal een afspraak met een klant van werkverschaffer heeft afgezegd vanwege andere werkzaamheden.

De kantonrechter is van oordeel dat ook deze omstandigheden niet noodzakelijkerwijs in de richting wijzen van een gezagsverhouding en daarmee een arbeidsovereenkomst. Werkverschaffer had weliswaar wensen hoe werkende zich naar klanten toe presenteerde, maar dat is verklaarbaar uit praktische en commerciële overwegingen die ook verenigbaar zijn met een overeenkomst van opdracht.

Ook de omstandigheid dat werkende zich tegenover werkverschaffer opstelde als ondernemer met een eigen eenmanszaak en meerdere opdrachtgevers wijst niet in de richting van een arbeidsovereenkomst maar van een overeenkomst van opdracht. Er kunnen dan ook volgens de rechter geen andere rechten en verplichtingen worden vastgesteld die nadrukkelijk in de richting van een arbeidsovereenkomst wijzen. De conclusie luidt daarom dat werkende niet werkzaam was op basis van een arbeidsovereenkomst maar op basis van een overeenkomst van opdracht.

ECLI:NL:RBMNE:2023:6218

 
Publicatiedatum 29/12/2023