9.7 / 10 183 reviews 

Wetswijzigingen per 1 januari 2024 en overige (verwachte) wetswijzigingen (bron: Allen en Overy)

7 NEWS_READING_TIME_ADD

Terug

1. Invoering minimumuurloon en indexatie

Wet invoering minimumuurloon treedt in werking op 1 januari 2024. Het is dan verplicht om werknemers per uur minimaal het wettelijk minimuurloon te betalen. Er geldt één minimumuurloon voor alle werknemers van 21 jaar en ouder. Voor werknemers onder de 21 jaar gelden minimumjeugdlonen per uur. De hoogte van het minimumuurloon is gebaseerd op het ‘oude’ minimummaandloon bij een voltijd werkweek van 36 uur. Dat betekent dat werknemers met een minimumloon die meer dan 36 uur per week werken (bijv. 38 of 40 uur) erop vooruitgaan. Zij krijgen een hoger loon. Salarisschalen in cao’s of andere arbeidsvoorwaardenregelingen moeten hierop worden aangepast (voor zover dat niet al is gebeurd).  

Het minimumuurloon wordt elk half jaar geïndexeerd. Per 1 januari 2024 is de stijging 3,75%. Het minimumuurloon voor werknemers van 21 jaar en ouder komt dan uit op EUR 13,27 bruto. Een overzicht van de actuele bedragen is te vinden op de site van de Rijksoverheid.

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een kennisdocument gepubliceerd met veelgestelde vragen over de invoering van het minimuurloon.

2. Wet bescherming klokkenluiders (ook) in werking getreden voor middelgrote werkgevers

De Wet bescherming klokkenluiders is voor grote werkgevers (ten minste 250 werknemers) in werking getreden op 18 februari 2023. Op 17 december 2023 is deze wet ook in werking getreden voor middelgrote werkgevers. Vanaf die datum geldt de wet voor alle werkgevers met 50 of meer werknemers in zowel de publieke als de private sector. Overigens betreft het een gedeeltelijke inwerkingtreding. De sanctiemogelijkheden van het Huis voor Klokkenluiders en de wijze van anonieme melding moeten nog nader worden uitgewerkt in een AMvB.

3. Versoberingen 30%-regeling

De 30%-regeling biedt de mogelijkheid om aan inkomende expats gedurende vijf jaar 30% van het loon onbelast uit te betalen. Met ingang van 1 januari 2024 treedt een tweetal versoberingen in werking. Allereerst wordt de 30%-regeling gemaximeerd tot het bezoldigingsmaximum uit de Wet normering topinkomens (2024: EUR 233.000 bruto). Deze aftopping is van toepassing op expats die vanaf 1 januari 2023 gebruik maken van de 30%-regeling. Voor expats die al in 2022 onder de 30%-regeling vielen, geldt een overgangsregeling. Zij krijgen pas in 2026 met de aftopping te maken.

Verder wordt de 30%-regeling stapsgewijs afgebouwd. Vanaf 1 januari 2024 geldt de eerste 20 maanden een vrijstelling van 30% van het loon, voor de daaropvolgende 20 maanden geldt een vrijstelling van 20% en gedurende de laatste 20 maanden geldt een vrijstelling van 10%. Voor expats die al in 2023 onder de 30%-regeling vallen, geldt overgangsrecht. De afbouwregeling is niet op hen van toepassing.

Bij de behandeling van afbouwregeling in de Eerste Kamer is een motie aangenomen met betrekking tot de 30%-regeling. De indieners verzoeken de regering om de evaluatie van de 30%-regeling naar voren te halen en op basis daarvan in het Belastingplan 2025 met een alternatief te komen dat minder schadelijk uitpakt voor de economie. Het valt dus niet uit te sluiten dat de afbouw van de 30%-regeling alsnog wordt teruggedraaid en/of vervangen door een minder vergaande versobering.

4. Modelovereenkomsten gebaseerd op vrije vervanging ingetrokken

De Hoge Raad oordeelde in het Deliveroo-arrest van 24 maart 2023 dat de Deliveroo-bezorgers werknemers (en geen zzp’ers) zijn. De vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst hangt volgens de Hoge Raad af van alle omstandigheden van het geval. De verplichting om het werk persoonlijk uit te voeren is één van de elementen die van belang kunnen zijn bij de beoordeling van de arbeidsrelatie, maar niet doorslaggevend. Dat betekent dat de modelovereenkomsten die zijn gebaseerd op vrije vervanging, niet langer bruikbaar zijn.

Daarom trekt de Belastingdienst de goedkeuring van deze modelovereenkomsten in per 1 januari 2024. Partijen die werken met deze overeenkomst krijgen tot die datum de tijd om hun relatie opnieuw te beoordelen. De geldige algemene modelovereenkomsten zijn te vinden op de website van de Belastingdienst.

5. Modernisering wet- en regelgeving kinderarbeid

Minister Van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) moderniseert de wet- en regelgeving over kinderarbeid. Sinds 5 november 2023 geldt een verbod op flitsbezorgers onder de 16 jaar (zoals ook geldt voor maaltijdbezorgers). Naar verwachting zal de Nadere regeling kinderarbeid verder worden aangepast.

Begin 2024 zal worden geregeld dat 13 t/m 15-jarigen op een niet-schooldag tot 20.00 uur mogen werken, in plaats van tot 19.00 uur. De werktijd en rusttijd blijven gelijk in omvang. Voor 13 en 14-jarigen geldt bovendien dat een ouder/voogd toestemming moet geven. Het is nog onbekend op welke datum deze wijzigingen in werking zullen treden.

Voor kinderen die werken als influencer is meer tijd nodig om duidelijkere regels te maken. Hier wordt de Tweede Kamer in de eerste helft van 2024 over geïnformeerd.

6. Vervallen STAP-budget, tijdelijke verruiming SLIM-regeling

Het STAP-budget (Stimulans arbeidsmarktpositie) is een vergoeding voor scholing en ontwikkeling van EUR 1.000 per persoon per jaar. Het kabinet heeft besloten het STAP-budget te beëindigen. Vanaf 2024 worden hier geen middelen meer voor vrijgemaakt.

Er is nog een bedrag van EUR 147 miljoen over uit de middelen voor het STAP-budget van 2023. Van dit bedrag wordt EUR 73,7 miljoen aangewend om de SLIM-regeling (Stimuleringsregeling leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen) tijdelijk te verhogen in de periode 2024-2027.

7. Verzamelwet SZW 2024

De Verzamelwet SZW 2024 bevat ‘klein beleid’. Het ziet op tekstuele aanpassingen, technische verbeteringen en verduidelijkingen. Een noemenswaardige wijziging is het herstel van een omissie bij de Wet betaald ouderschapsverlof. De Wet betaald ouderschapsverlof implementeerde vorig jaar de EU-richtlijn 2019/1158.

Als gevolg daarvan hebben werknemers sinds 2 augustus 2022 recht op negen weken gedeeltelijk betaald ouderschapsverlof in het eerste levensjaar van het kind. De Wet betaald ouderschapsverlof heeft abusievelijk art. 6:1 lid 3 Wazo niet geschrapt. Dit artikellid bepaalt dat een werknemer die arbeid buiten Nederland verricht, recht heeft op ouderschapsverlof, tenzij een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang zich hiertegen verzet. Dit is niet in overeenstemming met Richtlijn 2019/1158. Deze richtlijn geeft een onvoorwaardelijk recht op ouderschapsverlof. Met ingang van 1 januari 2024 vervalt daarom art. 6:1 lid 3 Wazo.

Voor de volledigheid moet worden opgemerkt dat de inroostering van het ouderschapsverlof wel kan worden gewijzigd wegens zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Dit is geregeld in art. 6:5 Wazo.

8. Toetredingsleeftijd pensioenregeling van 21 naar 18 jaar

Als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen wordt per 1 januari 2024 de toetredingsleeftijd voor pensioenopbouw verlaagd van 21 naar 18 jaar. Pensioenregelingen die nog uitgaan van een toetredingsleeftijd van 21 jaar, moeten dus worden aangepast.

9. AOW-leeftijd ongewijzigd in 2029

Voor de jaren 2024 t/m 2027 is de AOW-leeftijd 67 jaar en in 2028 is deze 67 jaar en drie maanden. Minister Schouten (Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen) heeft bekendgemaakt dat de AOW-leeftijd in 2029 ongewijzigd blijft op 67 jaar en drie maanden. Voor meer informatie, zie site Rijksoverheid.

10. Indexaties

Enkele belangrijke indexaties:

  • Verhoging maximum transitievergoeding

De maximale transitievergoeding in 2024 bedraagt EUR 94.000 bruto (2023: EUR 89.000 bruto) of maximaal één jaarsalaris als het loon hoger is dan dat bedrag.

  • Verhoging WNT-bezoldigingsmaxima

Voor 2024 is het algemene bezoldigingsmaximum uit de Wet Normering Topinkomens (WNT) vastgesteld op EUR 233.000 bruto (2023: EUR 223.000 bruto). De WNT maximeert de bezoldiging van topfunctionarissen in de (semi)publieke sector. Voor de sectoren onderwijs, cultuur, media, woningcorporaties, zorg en ontwikkelingssamenwerking zijn verlaagde maxima vastgesteld. Voor zorgverzekeraars geldt een verhoogd maximum.

Hier vind je een overzicht van de bezoldigingsmaxima WNT voor 2024. Ook de nieuwe Uitvoeringsregeling WNT 2024 en Beleidsregels WNT 2024 zijn inmiddels gepubliceerd. De Beleidsregels WNT 2024 zijn inhoudelijk niet gewijzigd. De nieuwe Uitvoeringsregels WNT 2024 zijn op enkele punten aangepast. Zo is de omschrijving van een aantal bezoldigingscomponenten verduidelijkt naar aanleiding van ontwikkelingen op het vlak van modernisering en flexibilisering van arbeidsvoorwaarden.  

  • Onbelaste thuiswerkvergoeding

De onbelaste thuiswerkvergoeding wordt verhoogd naar maximaal EUR 2,35 per dag in 2024 (2023: EUR 2,15).

  • Onbelaste reiskostenvergoeding

De onbelaste reiskostenvergoeding wordt verhoogd naar maximaal EUR 0,23 per kilometer in 2024 (2023: EUR 0,21).

  • Vrije ruimte werkkostenregeling

De tijdelijke verhoging van de vrije ruimte in de werkkostenregeling vervalt. Vanaf 2024 bedraagt de vrije ruimte voor de loonsom tot en met EUR 400.000: 1,92% (2023: 3%). Voor zover de loonsom meer is dan EUR 400.000, is de vrije ruimte ongewijzigd gebleven op 1,18%.

  • Maximum pensioengevend loon

Het maximum pensioengevend loon per 1 januari 2024 is voorlopig vastgesteld op EUR 137.800 bruto (2023: EUR 128.810 bruto). Voor meer informatie, zie site Belastingdienst. De definitieve vaststelling moet nog worden gepubliceerd.

Voor een overzicht van de (overige) fiscale wijzigingen op het punt van arbeid en loon per 1 januari 2024, zie de Nieuwsbrief Loonheffingen 2024 van de Belastingdienst.

Overige (verwachte) wijzigingen in 2024

De volgende wetsvoorstellen treden waarschijnlijk later in 2024 (of begin 2025) in werking:

  • Wet toekomst pensioenen (1 juli 2023): de transitieperiode loopt tot 1 januari 2028. Alle bestaande pensioenregelingen moeten in deze periode worden gewijzigd. De wet bevat (tussentijdse) mijlpalen om ervoor te zorgen dat de transitie tijdig wordt afgerond:
    • Bemiddeling transitiecommissie: sociale partners kunnen bemiddeling vragen aan de door de overheid ingestelde transitiecommissie. Als de pensioenregeling is ondergebracht bij een pensioenfonds zal het verzoek aan de transitiecommissie uiterlijk 1 januari 2024 moeten zijn ingediend. Voor pensioenregelingen bij verzekeraars of premiepensioeninstellingen moet het verzoek uiterlijk 1 januari 2025 zijn ingediend.   
    • Indienen transitieplan: het arbeidsvoorwaardelijke traject van sociale partners moet leiden tot een transitieplan. Als de pensioenregeling is ondergebracht bij een pensioenfonds geldt dat het transitieplan gereed moet zijn op 1 januari 2025. Voor pensioenregelingen bij verzekeraars en premiepensioeninstellingen geldt een uiterste datum 1 oktober 2027.
  • Verplichte CO2-registratie werkgebonden personenmobiliteit (1 juli 2024): grote werkgevers met meer dan 100 werknemers worden verplicht om jaarlijks aan de overheid gegevens aan te leveren over het woon-werk en zakelijk verkeer van werknemers. De inwerkingtreding is uitgesteld van 1 januari 2024 naar 1 juli 2024.
  • Wet toezicht gelijke kansen bij werving en selectie (datum onbekend): deze wet is in behandeling bij de Eerste Kamer en voorziet in een verplichting voor werkgevers en intermediairs om een werkwijze te hebben ter voorkoming van arbeidsmarktdiscriminatie bij de werving en selectie van nieuwe medewerkers. De inwerkingtredingsdatum is nog niet bekend. Er komt waarschijnlijk een implemententatietermijn van negen maanden om werkgevers in staat te stellen een werkwijze op te stellen en deze indien nodig aan de ondernemingsraad voor te leggen.
  • Initiatiefwetsvoorstel verplichtstelling vertrouwenspersoon ongewenst gedrag op de werkvloer (datum onbekend): deze wet is in behandeling bij de Eerste Kamer en voorziet in een verplichte vertrouwenspersoon bij werkgevers met ten minste 10 werknemers. De ondernemingsraad (of personeelsvertegenwoordiging) krijgt instemmingsrecht voor de aanstelling van de vertrouwenspersoon. De inwerkingtredingsdatum is nog niet bekend. Het wetsvoorstel zal waarschijnlijk gefaseerd worden ingevoerd, eerst voor grote werkgevers en dan stapsgewijs voor kleinere werkgevers.
  • Wet herziening bedrag ineens (1 januari 2025): deze is in behandeling bij de Tweede Kamer en wijzigt het keuzerecht bedrag ineens uit de eerdere ‘Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen’. Op grond daarvan krijgen deelnemers aan een pensioenregeling de mogelijkheid bij pensionering een bedrag ineens op te nemen van maximaal 10% van de waarde van hun pensioenaanspraken. De inwerkingtreding was voorzien op 1 juli 2024. Minister Schouten heeft echter laten weten dat het keuzerecht bedrag ineens niet eerder dan 1 januari 2025 in werking zal treden.
Publicatiedatum 08/02/2024