9.7 / 10 120 reviews 

Werkgever mag betaling van Ziektewetuitkering niet stopzetten (bron: Van Zijl Advocaten)

3 NEWS_READING_TIME_ADD

Terug

Ondanks verwijten wegens het niet meewerken aan de re-integratie, mocht een werkgever die eigenrisicodrager was de betaling van de Ziektewetuitkering aan een ex-werknemer niet stopzetten omdat de werkgever daarvoor niet eerst toestemming van het UWV had gekregen.

Bij een werkgever die eigenrisicodrager is voor de Ziektewet was een werknemer ziek uit dienst gegaan. De werknemer kreeg daardoor recht op een Ziektewetuitkering, die de werkgever als eigenrisicodrager zelf moest betalen. De betaling van die Ziektewetuitkering loopt al een jaar als de werkgever besluit die betaling stop te zetten. De reden daarvan is aanvankelijk dat het UWV een ten onrechte betaalde toeslag van de werknemer terugvordert en dat de werkgever het bedrag van de terugvordering met de Ziektewetuitkering verrekent. Later wordt de uitkering niet betaald omdat de werknemer de bedrijfsarts heeft bedreigd, waarna de bedrijfsarts heeft geweigerd de werknemer alsnog te zien.

De advocaat van de werknemer vordert vervolgens in kort geding doorbetaling van loon met wettelijke verhoging wegens te late betaling en wettelijke rente. Ter zitting blijkt dat daarmee gedoeld is op doorbetaling van de Ziektewetuitkering.

Voor wat betreft de verrekening van de terugvordering van het UWV concludeert de kantonrechter dat de werkgever in elk geval rekening had moeten houden met de beslagvrije voet. Omdat het aan de werkgever te wijten is dat de hoogte van de beslagvrije voet niet is vastgesteld, wijst de kantonrechter de vordering van de werknemer toe. De vraag of de werknemer zijn re-integratieverplichtingen is nagekomen is daarbij volgens de kantonrechter niet van belang omdat de werkgever als eigenrisicodrager zonder beslissing van het UWV niet minder mocht betalen dan het volledige bedrag van de Ziektewetuitkering.

De gevorderde wettelijke verhoging wordt afgewezen omdat deze alleen verschuldigd is bij de betaling van loon en niet bij de betaling van Ziektewetuitkering. De werkgever wordt uiteindelijk veroordeeld tot betaling van de Ziektewetuitkering met wettelijke rente. De werkgever mag daarbij de vordering van het UWV verrekenen met het deel van de toekomstige Ziektewetuitkeringen dat boven de beslagvrije voet uitgaat.

Commentaar

Volgens de laatste gegevens van het UWV is maar iets meer dan 3% van de werkgevers eigenrisicodrager voor de Ziektewet. Maar deze kleine groep werkgevers is wel goed voor bijna de helft van de loonsom van alle werknemers in Nederland. Het zijn dan ook vooral relatief grote werkgevers die eigenrisicodrager zijn.
Eigenrisicodragers betalen zelf de Ziektewetuitkering van werknemers die ziek uit dienst zijn gegaan en zijn ook verantwoordelijk voor de re-integratie van deze ex-werknemers.

Door eigenrisicodrager te zijn voorkomen zij dat zij, als zij een grote of middelgrote werkgever zijn, als gevolg van de Ziektewetuitkeringen van hun ex-werknemers een verhoogde gedifferentieerde premie Werkhervattingskas aan de belastingdienst moeten betalen. Door zelf actief de re-integratie van de ex-werknemers ter hand te nemen kunnen zij de omvang van de te betalen Ziektewetuitkeringen gunstig beïnvloeden.

Werkgevers, maar ook arbeidsrechtjuristen, blijken in de praktijk echter vaak weinig te weten van de “techniek” van het eigenrisicodragen. Dat blijkt ook uit het vonnis van de kantonrechter in deze zaak, waarin alle betrokkenen in juridische zin de plank mis slaan.

De werkgever had de betaling van de Ziektewetuitkering gestaakt toen de werknemer niet meewerkte aan de re-integratie. Dat werkt zo tijdens de periode waarin de werkgever het loon aan de zieke werknemer doorbetaalt, maar niet in de periode waarin de eigenrisicodrager de Ziektewetuitkering aan de ex-werknemer betaalt.

De werkgever had in plaats daarvan een beslissing bij het UWV moeten aanvragen voor het opleggen van een maatregel. Het UWV zou dan een beslissing hebben genomen waarbij de Ziektewetuitkering van de ex-werknemer gedurende vier maanden met 25% zou zijn gekort.

Verder had de werknemer niet bij de kantonrechter betaling van de Ziektewetuitkering moeten vorderen (en al helemaal doorbetaling van loon en ook geen wettelijke verhoging wegens te late betaling). In plaats daarvan had hij zich tot het UWV moeten wenden om de betaling van de eigenrisicodrager over te nemen.

De eigenrisicodrager betaalt de Ziektewetuitkering namens het UWV en de wet bepaalt dat het UWV die betalingsverplichting overneemt als de eigenrisicodrager daaraan niet voldoet, waarna het UWV het bedrag van de Ziektewetuitkering op de eigenrisicodrager verhaalt.
En tenslotte had de kantonrechter de vordering tot doorbetaling van de Ziektewetuitkering niet ontvankelijk moeten verklaren omdat niet de burgerlijke rechter maar de bestuursrechter bevoegd is om van de vordering tot betaling van de Ziektewetuitkering kennis te nemen (bron: Van Zijl Advocaten).

ECLI:NL:RBOVE:2022:3079

 

Publicatiedatum 16/11/2022