9.7 / 10 183 reviews 

Waarneemovereenkomst met huisartsenpost is geen arbeidsovereenkomst (bron: KBS Advocaten)

3 NEWS_READING_TIME_ADD

Terug

Demissionair minister Karien van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op 6 oktober 2023 het concept wetsvoorstel ‘Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden’ bekend gemaakt. Het voorstel beschrijft een nieuw toetsingskader om te bepalen of er sprake is van een arbeidsovereenkomst en heeft onder meer tot doel schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Het voorstel heeft veel consequenties voor de positie van zzp’ers, in het bijzonder in de zorg.

Bij uitspraak van 15 november 2023 heeft de rechtbank Midden-Nederland geoordeeld dat de waarneemovereenkomst van de huisartsenpost niet kwalificeert als een arbeidsovereenkomst.

Wat was er aan de hand?

Verweerster exploiteert de huisartsenpost en bij verweerster zijn ongeveer 180 praktijkhoudende huisartsen aangesloten. Verweerster heeft op 10 januari 2018 een waarneemovereenkomst met verzoekster gesloten. Verzoekster heeft op grond van deze overeenkomst waarneemwerkzaamheden voor bij verweerster aangesloten praktijkhoudende huisartsen verricht alsmede regiewerkzaamheden voor verweerster.

Verweerster heeft bij brief van 29 december 2022 de waarneemovereenkomst met verzoekster opgezegd als gevolg van een verstoorde werkrelatie, met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden, zodat de waarneemovereenkomst eindigt per 1 maart 2023.

Verzoekster is het niet eens met de opzegging. Verzoekster meent dat de waarneemovereenkomst als arbeidsovereenkomst kwalificeert. Opzegging is dan enkel rechtsgeldig als zij daarmee instemt, verweerster vervangende toestemming van het UWV of de kantonrechter heeft verkregen of sprake was van een dringende reden. Van dat alles is geen sprake geweest en dus meent verzoekster dat de opzegging niet rechtsgeldig is.

Verzoekster verzoekt de kantonrechter voor recht te verklaren dat de tussen partijen bestaande rechtsverhouding een arbeidsovereenkomst is en in het verlengde daarvan dat de opzegging vernietigbaar is. Verzoekster maakt daarbij aanspraak op schadevergoeding wegens het niet in acht nemen van de juiste opzegtermijn, de transitievergoeding en een billijke vergoeding.

Verweerster is het hier niet mee eens en wil dat de verzoeken worden afgewezen. Volgens verweerster is de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst een waarneemovereenkomst en geen arbeidsovereenkomst.

Wat oordeelde de kantonrechter?

De kantonrechter oordeelt dat de waarneemovereenkomst niet kan worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst.

De kantonrechter overweegt dat voor het beoordelen of al dan niet sprake is van een arbeidsovereenkomst niet van belang is of partijen de bedoeling hadden de overeenkomst onder de wettelijke regeling van de arbeidsovereenkomst te laten vallen. Dat betekent dat het feit dat partijen in de waarneemovereenkomst hebben opgenomen dat zij uitdrukkelijk niet de bedoeling hebben een arbeidsovereenkomst te sluiten in de zin van artikel 7:610 e.v. BW, voor de vraag of de overeenkomst zich laat kwalificeren als een arbeidsovereenkomst, zonder betekenis is.

Of een overeenkomst moet worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst, hangt af van alle omstandigheden van het geval in onderling verband bezien. Van belang kunnen onder meer zijn de aard en duur van de werkzaamheden, de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald, de inbedding van het werk en van degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht, het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren, de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen is tot stand gekomen, de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd, de hoogte van deze beloningen, en de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt. Van belang is ook of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen.

De kantonrechter overweegt dat ten aanzien van de waarneemwerkzaamheden geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, nu deze werkzaamheden niet door verweerster werden ingeroosterd, per waarneming een aparte overeenkomst met de aangesloten praktijkhoudende huisarts werd gesloten, verweerster werd betaald door de betreffende huisarts en ook met deze huisarts tariefafspraken maakte.

Voor wat betreft de regiewerkzaamheden merkt de kantonrechter op dat niet in geschil is dat verzoekster arbeid heeft verricht en dat zij daarvoor door verweerster is betaald. De vraag die partijen verdeeld houdt is of sprake was van een gezagsrelatie. Om dit te beoordelen, kijkt de kantonrechter naar (i) de mate van vrijheid, (ii) de wijze van beloning, (iii) de mate van inbedding en (iv) de presentatie van verzoekster als ondernemer. Het feit dat verzoekster de vrijheid had om zich wel of niet in te schrijven op het rooster, verzoekster conform een factuur werd uitbetaald door verweerster en deze vergoeding hoger is dan het salaris van huisartsen in loondienst, verzoekster de vrijheid had om af te zien van een 360-graden-feedback analyse en verzoekster op eigen kosten een NHG-coach heeft inschakelt én verzoekster met haar eenmanszaak staat ingeschreven in het handelsregister en zij ook vanuit die eenmanszaak factureerde, duidt op de afwezigheid van een gezagsrelatie, aldus de kantonrechter.

Alle omstandigheden bij elkaar genomen komt de kantonrechter tot het oordeel dat de waarneemovereenkomst niet als arbeidsovereenkomst kwalificeert. De verzoeken van verzoekster worden afgewezen.

Publicatiedatum 31/12/2023