9.8 / 10 72 reviews 

Voor de rechter: Werkgever moet op zijn woorden passen (bron: PW)

3 NEWS_READING_TIME_ADD

Terug

Een transportbedrijf krijgt een nieuwe eigenaar die de werknemers een harde keuze biedt: gemotiveerd meegaan in de nieuwe werkwijze of vertrekken. Een werknemer neemt zijn woorden letterlijk en stapt onmiddellijk op. Maar daar is de baas niet van gediend. Hij eist een vergoeding voor onregelmatige opzegging.

Gefixeerde schadevergoeding
In artikel 7:672 lid 10 BW staat wat de consequenties zijn wanneer je je niet aan de opzegtermijn houdt. Wie de opzegtermijn aan zijn laars lapt, moet in principe een gefixeerde schadevergoeding betalen ter hoogte van het loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. Een werknemer die opzegt moet zijn werkgever minimaal een maand van tevoren in kennis stellen van zijn besluit om op te stappen. Voor de werkgever hangt dit af van het aantal jaren dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd.

Te veel loon
De werkgever in deze zaak duikt in de boeken en vindt dat hij heel wat op zijn werknemer te verhalen heeft. Ten eerste, zo stelt hij, heeft de werknemer in de voorgaande jaren stelselmatig te veel loon ontvangen doordat de salarisadministratie niet op orde was. Dat geld verhaalt hij nu op de werknemer. Ten tweede heeft hij wel meerdere malen gezegd dat wie zich niet wenste te voegen naar de nieuwe orde in het bedrijf maar moest vertrekken, maar hij bedoelde daarmee niet dat de werknemer in deze zaak dan ook direct het bijltje erbij neer mocht gooien. De werknemer is hem dus de gefixeerde schadevergoeding schuldig.

Gat van de deur
De werknemer vindt dit de omgekeerde wereld. Hij vindt juist dat de werkgever hem geld schuldig is wegens niet-genoten vakantiedagen. Dat hij per direct is opgestapt, heeft de werkgever aan zichzelf te danken. Tijdens een grimmige personeelsvergadering heeft de werkgever regelmatig gezegd dat ‘daar het gat van de deur is’ voor werknemers die zich niet in de nieuwe werkwijze konden vinden. Toen de werknemer ter plekke zei inderdaad te willen vertrekken, moest hij gelijk zijn vrachtwagen leeghalen en de sleutels overdragen. Hij kon dus niet meer werken, al zou hij dat hebben gewild. De werkgever heeft de opzegging direct geaccepteerd. Hij heeft de werknemer er niet op gewezen dat dit zou betekenen dat hij de gefixeerde schadevergoeding zou moeten betalen. Had zijn baas hem daarop gewezen, dan had de werknemer niet gekozen voor uitbetaling van zijn vakantiedagen, maar had hij deze dagen gebruikt om de opzegtermijn in acht te nemen.

Oordeel van de kantonrechter
Ook de kantonrechter vindt dat een werkgever die niet wil dat werknemers opstappen, zijn woorden zorgvuldiger zou moeten kiezen. Door herhaaldelijk te wijzen op het gat van de deur, deed de werkgever het voorkomen alsof de werknemers met onmiddellijke ingang mochten vertrekken. Vervolgens heeft hij de opzegging direct onvoorwaardelijk geaccepteerd en de werknemer de opdracht gegeven zijn vrachtwagen leeg te halen. Volgens de kantonrechter is het dan ook niet zo gek dat de werknemer dacht dat er sprake was van een opzegging met wederzijds goedvinden.

De werknemer hoeft de gefixeerde schadevergoeding daarom niet te betalen. De werkgever moet ook de vakantiedagen uitbetalen, al zijn dat er minder dan de werknemer had geclaimd. De werknemer diende een claim in voor alle vakantiedagen van 2020, terwijl de arbeidsovereenkomst al in juni is beëindigd.

Ten slotte wil de werknemer dat zijn werkgever hem het volledige loon over de maand juni betaalt, zonder de inhouding van een bedrag van 8365,97 euro bruto. De werkgever zegt recht te hebben op dit bedrag omdat de administratie in zijn woorden een zootje was. Structureel werden pauzes op de rittenlijsten/urenstaten niet in mindering gebracht op gewerkte uren. Op grond van artikel 26a van de cao en bijlage III hadden de chauffeurs dat wel moeten doen. De werkgever heeft daarom een extern bureau een rekensom laten maken die er op neer komt dat er de werknemer in de periode 2018 – 2020 ruim achtduizend euro te veel heeft ontvangen. De kantonrechter wijst erop dat het aan de werkgever is om te bewijzen dat er malversaties hebben plaatsgevonden. De werkgever heeft echter geen bewijsstukken overhandigd. Aangezien hij het bedrag al heeft ingehouden op het loon van zijn werknemer, moet de werkgever dat nu terugbetalen, met daar bovenop rente vanaf 30 juni 2020 en een wettelijke verhoging van 50 procent. Omdat de werkgever in het ongelijk is gesteld, moet hij de proceskosten betalen.

ECLI:NL:RBGEL:2020:6343

Publicatiedatum 10/12/2020