9.7 / 10 121 reviews 

Vaststellen van een collectieve vakantie volgens de cao Metalektro (bron: Holla Advocaten)

2 NEWS_READING_TIME_ADD

Terug

Wat speelde er in deze zaak?

Vlak na het intreden van de coronacrisis in Nederland besloot de werkgever een productiestop van vier weken in te gelasten. Drie van de vier weken nam de werkgever voor haar rekening. De vierde week werd door haar aangewezen als een collectieve vakantieweek. In november wijst FNV de werkgever erop dat de collectieve vakantieweek is vastgesteld in strijd met de cao. De werkgever is het hier niet mee eens. Zij is van mening dat de vakantie is vastgesteld in overleg en met goedkeuring van de OR.

De cao Metalektro biedt de werkgever de mogelijkheid om een collectieve vakantie vast te stellen. Artikel 4.1.6 bepaalt hierover in sub f het volgende:

Een collectieve aaneengesloten vakantie stelt de werkgever vast nadat hij daar met de ondernemingsraad overeenstemming over heeft bereikt. Het raadplegen van de medewerkers is hier niet verplicht.

Ook geeft de cao in artikel 4.1.6 sub g een richtlijn voor het tijdstip van vaststelling:

De werkgever stelt een eventuele collectieve aaneengesloten vakantie of collectieve vakantiedagen zo mogelijk vast vóór 1 december voorafgaand aan het jaar waarin die vakantie wordt opgenomen.

De werkgever en de vakbond FNV verschillen met elkaar van mening over de vraag of de collectieve vakantie op de juiste manier is vastgesteld. FNV meent dat de werkgever géén instemming van de OR heeft gekregen. De werkgever vindt dat ze die instemming wél had.

Tijdens de mondelinge behandeling bij de rechtbank wordt het overleg met de OR besproken. De kantonrechter stelt vast dat bij het overleg met de directie alléén het dagelijks bestuur van de OR aanwezig is geweest. Gezien de wisselende schriftelijke en mondelinge verklaringen van de voorzitter van de OR, is de kantonrechter er niet van overtuigd dat in die vergadering daadwerkelijk instemming aan de OR is gevraagd. Daarbij komt dat het volgens de cao-bepaling niet voldoende is om overeenstemming te hebben met alleen het dagelijks bestuur van de OR. In het artikel wordt immers gesproken over overeenstemming met de OR, niet met een afvaardiging daarvan. De kantonrechter is dan ook van mening dat de werkgever géén overeenstemming met de OR had bereikt voordat zij besloot tot een collectieve vakantieweek.

Daarmee staat vast dat de werkgever bij het vaststellen van de collectieve vakantieweek in strijd met de cao Metalektro heeft gehandeld. De kantonrechter merkt daarbij op dat het goed voorstelbaar is dat de werkgever zich destijds, gelet op de coronacrisis, genoodzaakt zag om snel te handelen. Dit betekent echter niet dat de cao niet hoeft te worden nageleefd.

Gevolgen voor de werkgever

Deze vaststelling leidt ertoe dat de verlofdagen over deze collectieve vakantieweek ten onrechte zijn afgeschreven van de vakantiesaldi van de werknemers. De onterecht afgeschreven dagen moeten weer worden bijgeschreven op de individuele vakantiesaldo. Als dit niet meer mogelijk is, bijvoorbeeld omdat werknemers uit dienst zijn gegaan, moeten de dagen worden uitbetaald aan de betreffende (ex) werknemers. De werkgever wordt tot slot veroordeeld in de proceskosten van FNV.

Belang van deze uitspraak

De nieuwe cao Metalektro is per 1 december 2022 ingegaan, al is de definitieve tekst nog niet bekend gemaakt. Naar verwachting is de bepaling over de collectieve vakantie ook in deze versie van de cao ongewijzigd. Deze uitspraak onderstreept dat een werkgever, die een collectieve vakantie wil vaststellen, hier zorgvuldig mee moet omgaan.

Publicatiedatum 19/12/2022