9.2 / 10 126 reviews 

Vakantiedagen: daar hangt een prijskaartje aan (bron: PW)

4 NEWS_READING_TIME_ADD

Terug

Wettelijke- en bovenwettelijke vakantiedagen
De wet maakt een onderscheid tussen wettelijke- en bovenwettelijke vakantiedagen. De wettelijke vakantiedagen betreffen het minimum aantal dagen waar een werknemer recht op heeft (twintig dagen bij een fulltime dienstverband). De aanspraak op wettelijke vakantiedagen vervalt in beginsel zes maanden na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is verworven.

Bovenwettelijke vakantiedagen – alle vakantiedagen boven het wettelijk minimum (doorgaans vijf dagen bij een fulltime dienstverband) – verjaren in beginsel door verloop van vijf jaar na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan. In het kader van het opnemen en vervallen/verjaren van vakantiedagen heeft de werkgever een (actieve) informatie- c.q. zorgverplichting richting de werknemer die erop gericht moet zijn om de werknemer in staat te stellen (wettelijke) vakantiedagen op te nemen. Tijdens de vakantie behoudt de werknemer recht op loon. De Nederlandse wet maakt daarbij géén onderscheid tussen wettelijke- en bovenwettelijke vakantiedagen: beide moeten op eenzelfde manier worden gewaardeerd. Wat vervolgens exact onder het vakantieloon valt, is uitgewerkt in de rechtspraak.

Rechtspraak
Aangezien de Nederlandse vakantie- en verlofwetgeving is gebaseerd op de Europese Arbeidstijdenrichtlijn, zijn voor de toepassing daarvan zowel de jurisprudentie van het Hof van Justitie EG als de jurisprudentie van de Nederlandse rechter van belang. Uit (Europese) rechtspraak volgt dat een werknemer tijdens zijn vakantie in de situatie moet worden gebracht die qua beloning gelijk is aan de situatie tijdens een gewerkte periode. Anders gezegd: een werknemer mag tijdens zijn vakantie geen financieel nadeel ondervinden van het opnemen van vakantie. Anders gezegd: een werknemer mag tijdens zijn vakantie geen financieel nadeel ondervinden van het opnemen van vakantie.

Vakantieloon
Tot het vakantieloon behoren – naast het laatstverdiende basisloon – alle componenten die intrinsiek samenhangen met de werkzaamheden van de werknemer en waarvoor hij een financiële compensatie ontvangt. Uit de tot op heden beschikbare rechtspraak van rechtbanken en gerechtshoven volgt dat hieronder bijvoorbeeld wordt verstaan: vakantietoeslag, vaste dertiende maand, vaste eindejaarsuitkering, winstdeling, bonus, provisies en persoonlijke toeslagen. Doorslaggevend is dat sprake is van een component dat intrinsiek samenhangt met de werkzaamheden van de werknemer en dat sprake is van een zekere mate van bestendigheid in de betaling van het component.

 

Overuren
Ten aanzien van overuren geldt op basis van de rechtspraak als hoofdregel dat deze vergoeding, vanwege het uitzonderlijke en onvoorspelbare karakter ervan, in beginsel geen deel uitmaakt van het vakantieloon. Echter, deze hoofdregel geldt niet wanneer wordt voldaan aan drie criteria: (i) de overuren worden op regelmatige basis gemaakt, (ii) de vergoeding van de overuren vormt een belangrijk onderdeel van de totale vergoeding die de werknemer voor zijn werkzaamheden ontvangt en (iii) de gemaakte overuren vloeien voort uit een verplichting op grond van de arbeidsovereenkomst.

Werkgeversdeel pensioenpremie
Verder wordt in de rechtspraak tegen het werkgeversdeel pensioenpremie verschillend aangekeken. Het Hof Den Haag oordeelde bijvoorbeeld dat het werkgeversdeel pensioenpremie behoort tot het vakantieloon. Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde daarentegen dat het werkgeversdeel pensioenpremie niet behoort tot het vakantieloon, omdat het een betaling aan een derde betreft die ook tijdens het bestaan van de arbeidsovereenkomst niet aan de werknemer verschuldigd is geweest.

Wanneer is de waarde van een vakantiedag van belang?
De waardering van vakantiedagen komt aan de orde (i) in de periode waarin een werknemer vakantiedagen opneemt en (ii) bij het – al dan niet tijdens dienstverband – uitbetalen/afkopen van vakantiedagen. Ten aanzien van (ii), het uitbetalen/afkopen van vakantiedagen, geldt als hoofdregel het zogenaamde “afkoopverbod”. Dit afkoopverbod houdt in dat een werknemer tijdens de duur van het dienstverband geen afstand kan doen van zijn aanspraak op vakantie tegen schadevergoeding. Dit afkoopverbod geldt niet voor bovenwettelijke vakantiedagen voor zover dit schriftelijk is overeengekomen. Voor de waardering van de vakantiedagen maakt het overigens niet uit of sprake is van het opnemen van vakantiedagen of het uitbetalen/afkopen van vakantiedagen. In beide gevallen moeten vakantiedagen op dezelfde wijze worden gewaardeerd.

Gevolgen onjuiste waardering vakantiedagen
De ervaring leert dat veel werkgevers (ten onrechte) in de veronderstelling verkeren dat uitsluitend het bruto loon en de vakantietoeslag tot de waarde van een vakantiedag behoren. Indien de vakantiedagen op onjuiste wijze zijn gewaardeerd, kan een werknemer aanspraak maken op nabetaling. Een dergelijke vordering verjaart in beginsel eerst door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden. Aanspraken op nabetaling kunnen daarmee behoorlijk in de papieren lopen. Bovendien lijkt uit (lagere) rechtspraak te volgen dat de hoogte van het uitbetalen van de vakantiedagen in principe in de risicosfeer van de werkgever ligt. De rechtbank Noord-Holland oordeelde bijvoorbeeld recentelijk dat het gegeven dat een werknemer jarenlang loonstroken heeft ontvangen zonder daarover te klagen, niet maakt dat de betreffende werknemer geen aanspraak meer kan maken op nabetaling.

Zelfs de mogelijkheid dat een werkgever al haar werknemers met terugwerkende kracht een aanvullende vergoeding zou moeten betalen en dit de continuïteit van de onderneming en daarmee de werkgelegenheid in gevaar brengt, kan er volgens de rechtbank Noord-Holland niet toe leiden dat een aanspraak op nabetaling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Het is aan een werkgever om ontwikkelingen op arbeidsrechtelijk gebied bij te houden en – indien de ontwikkelingen daarom vragen – voorzieningen te treffen om de (mogelijke) gevolgen te ondervangen.

Overzicht van de optelsom
Allereerst is het aan te raden om werknemers zoveel mogelijk actief te stimuleren om vakantiedagen op te nemen, bijvoorbeeld om een steeds groter wordend stuwmeer aan (in waarde toenemende) vakantiedagen op de balans te voorkomen. Dit is ook gerechtvaardigd uit het oogpunt van goed werkgeverschap. De werkgever is immers gehouden c.q. verplicht de werknemer tijdig in de gelegenheid te stellen om te recupereren van de arbeid. Daarnaast zou er, ten aanzien van de bovenwettelijke vakantiedagen, voor kunnen worden gekozen om de werknemers aan te bieden de bovenwettelijke vakantiedagen af te kopen. Dit is mogelijk indien de werknemer daar schriftelijk mee instemt. Ten aanzien van de wettelijke vakantiedagen bestaat deze mogelijkheid niet.

Wanneer tot slot de rekening voor de vakantiedagen moet worden opgemaakt, luidt de optelsom als volgt: het laatstverdiende basisloon + alle componenten die intrinsiek samenhangen met de werkzaamheden van de werknemer en waarvoor hij een financiële compensatie ontvangt (zoals vakantietoeslag, vaste dertiende maand, vaste eindejaarsuitkering, winstdeling, bonus, provisies, persoonlijke toeslagen en (mogelijk) het werkgeversdeel pensioenpremie) = de waarde van een vakantiedag.

Publicatiedatum 03/06/2021