9.7 / 10 183 reviews 

Ontslag op staande voet voor privéactiviteiten tijdens werktijd onterecht

8 NEWS_READING_TIME_ADD

Terug

Toestemming vragen voor bezichtigingen

De werkgever, een vastgoedbedrijf, heeft aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegd dat de werknemer onder werktijd een ziekenhuisafspraak heeft ingepland en huur- en koopwoningen voor privé heeft gezocht en bezichtigd. Ter zitting heeft de algemeen directeur verduidelijkt dat het om ongeveer zes bezichtigingen ging en dat hij daarvoor haar toestemming had moeten vragen.

Privéactiviteiten tijdens werktijd

Naar het oordeel van de kantonrechter rechtvaardigt de opgegeven reden geen ontslag op staande voet. Een goed werkgever moet zijn werknemers de ruimte geven om privéactiviteiten tijdens werktijd te verrichten, mits dit binnen de perken blijft. Dat is hier het geval.

Indien de werkgever een strikte(re) scheiding tussen privé en werk voorstond, had het op de weg van de werkgever gelegen om de werknemer hiervan bij zijn indiensttreding op de hoogte te stellen en hem te laten weten wat de gevolgen kunnen zijn als hij zich daar niet aan zou houden. Niet gesteld of gebleken is dat dit is gebeurd.

Dringende reden ontbreekt

Nu een dringende reden ontbreekt, was de werkgever niet bevoegd om de arbeidsovereenkomst met de werknemer op 9 augustus 2022 onverwijld op te zeggen. Het ontslag op staande voet wordt dus vernietigd.

Dit zal voor de werkgever geen verassing zijn, nu hij ook zelf meermaals heeft aangegeven dat het ontslag ‘rammelt’ en de werknemer in augustus 2022 zelfs heeft voorgesteld om weer te komen werken. Toch heeft de werkgever het ontslag op staande voet niet ingetrokken of de werknemer opgeroepen om weer te komen werken.

Loondoorbetaling

De vernietiging van het ontslag op staande voet heeft tot gevolg dat de arbeidsovereenkomst na 9 augustus 2022 is blijven bestaan. Het verzoek van de werknemer tot doorbetaling van zijn loon vanaf die datum is daarom toewijsbaar. De kantonrechter ziet geen reden om de verzochte wettelijke verhoging over het achterstallig loon te matigen en wijst deze ook toe, net als de wettelijke rente.

Hoogte overeengekomen loon

Partijen verschillen van mening over de hoogte van het overeengekomen loon. De werkgever heeft de werknemer zowel in de eerste arbeidsovereenkomst van 7 februari 2022 als in de tweede arbeidsovereenkomst van 3 juni 2022 een brutoloon van € 5.000 per maand aangeboden. Door ondertekening van de schriftelijke arbeidsovereenkomsten heeft de werknemer dit loonaanbod aanvaard.

Geen aanleiding voor twijfel aan hoger loon

Anders dan de werkgever stelt had de werknemer niet hoeven te begrijpen dat het in de arbeidsovereenkomsten door de werkgever opgenomen loon foutief was. Het enkele bericht van de directeur in januari 2022 dat zij “voor deze functie € 2.500 netto de max” vond, is hiertoe onvoldoende.

De werknemer had geen aanleiding om te twijfelen aan het herhaaldelijk aangeboden hogere loon, zeker niet omdat de werkgever hem in de tweede arbeidsovereenkomst uit eigener beweging ook nog een zeer gunstige bonusregeling toekende. De werkgever heeft hem bovendien op 29 juni 2022 een werkgeversverklaring verstrekt waaruit het bruto maandloon van € 5.000 blijkt.

Derde arbeidsovereenkomst

De werkgever heeft nog een derde arbeidsovereenkomst is het geding gebracht, waaruit volgens hem volgt dat de werknemer op 1 juli 2022 heeft ingestemd met een brutoloon van € 3.166,58 per maand. Nu de werknemer uitdrukkelijk heeft betwist dat die (derde) arbeidsovereenkomst aan hem is voorgelegd en dat hij de overeenkomst voor akkoord heeft ondertekend, laat de kantonrechte deze overeenkomst buiten beschouwing.

De (derde) overeenkomst is ondertekend met een digitale paraaf van de werknemer en niet met zijn handtekening, zoals bij de eerste en tweede arbeidsovereenkomst wel het geval was.

Bruto maandloon van € 5.000

Voor de loondoorbetaling na 9 augustus 2022 (en de hierna te bespreken verzoeken) moet dus worden uitgegaan van een bruto maandloon van € 5.000 exclusief emolumenten.

Wedertewerkstelling afgewezen

De door de werknemer verzochte wedertewerkstelling wijst de kantonrechter af. Hierna wordt overwogen dat de arbeidsovereenkomst door ontbinding zal eindigen op 1 februari 2023 wegens een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding tussen partijen. De werknemer heeft onvoldoende belang bij terugkeer op de werkplek tussen de datum van deze beschikking en de datum van ontbinding.

Ontbinding arbeidsovereenkomst

Uit de stukken en het gestelde op de zitting volgt dat de arbeidsverhouding tussen partijen zodanig ernstig en duurzaam is verstoord dat van de werkgever niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

Vertrouwen ontbreekt

Voor voortzetting van het dienstverband is het noodzakelijk dat de werkgever en de werknemer over en weer voldoende vertrouwen in elkaar hebben. Dat vertrouwen ontbreekt hier volledig. Partijen beschuldigen elkaar over en weer van ernstige zaken, zoals het vervalsen van documenten.

Verstoorde arbeidsverhouding

De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst daarom ontbinden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond). Herplaatsing ligt niet in de rede. De door de werkgever meer subsidiair aangevoerde ontbindingsgrond disfunctioneren (d-grond) behoeft geen bespreking meer.

Transitievergoeding

De werkgever is bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst aan de werknemer de transitievergoeding verschuldigd, tenzij het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer.

Geen terecht verwijt

De werkgever heeft de werknemer het verwijt gemaakt dat hij onbevoegd op woningen heeft geboden. De kantonrechter heeft geen enkel aanknopingspunt om aan te nemen dat dit verwijt terecht is en overweegt hierover het volgende.

De werkgever heeft in deze procedure geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat de werknemer op zijn tweede werkdag telefonisch heeft ingestemd met een (tegen)bod van de verkopend makelaar van de betreffende woning of dat hij zelf een (tegen)bod heeft uitgebracht waarmee de verkoper akkoord is gegaan.

Het is de kantonrechter dan ook niet duidelijk waarop de werkgever de stelling baseert dat de werknemer ten aanzien van deze woning verwijtbaar zou hebben gehandeld. De enkele omstandigheid dat de verkoper de werkgever in rechte heeft betrokken en een schadevergoeding vordert wegens het niet nakomen van een koopovereenkomst, is hiertoe volstrekt onvoldoende.

Directeur wel op de hoogte

Voor wat betreft een andere woning stelt de werkgever weliswaar dat de werknemer zonder medeweten en toestemming van de directeur een bod heeft uitgebracht, maar uit de geluidsopname van een telefoongesprek op 26 juni 2022 tussen de directeur en de werknemer blijkt dat zij wel degelijk op de hoogte was van de bieding en de inhoud daarvan, maar dat de werknemer slechts had verzuimd om de biedingsmail in cc aan haar te sturen.

Transitievergoeding verschuldigd

Nu er geen sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen aan de zijde van de werknemer, is de werkgever bij het einde van het dienstverband de transitievergoeding aan de werknemer verschuldigd. Uitgaande van het hiervoor vastgestelde overeengekomen brutoloon van € 5.000 per maand, 8% vakantietoeslag en een einde per 1 februari 2023, bedraagt de transitievergoeding € 1.205. Dit bedrag is toewijsbaar. De wettelijke rente over de transitievergoeding wordt toegewezen vanaf 1 maart 2023 tot de voldoening.

Billijke vergoeding

De werknemer maakt aanspraak op een billijke vergoeding van € 139.875 bruto, bestaande uit gederfde inkomsten, misgelopen bonus en immateriële schadevergoeding.

Voor de verschuldigdheid van een billijke vergoeding moet worden vastgesteld of de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.

Geen excuus voor onterechte beschuldiging

De kantonrechter weegt bij de bepaling van de billijke vergoeding de volgende omstandigheden mee. De werkgever heeft niet alleen ernstig verwijtbaar gehandeld door de werknemer ten onrechte op staande voet te ontslaan en dit ontslag te handhaven. Hij heeft de werknemer in de stukken ook het verwijt gemaakt dat hij onbevoegde biedingen op vier woningen zou hebben gedaan en dat hij daarbij werd gedreven door de bonusregeling, terwijl de directeur wel degelijk op de hoogte was van de biedingen en daarmee had ingestemd. De stelling dat het op dit moment niet goed gaat met de directeur, is geen excuus voor een onterechte beschuldiging van deze aard en inhoud.

Geen opzet of bewuste roekeloosheid

Laakbaar is verder dat de werkgever de werknemer heeft betrokken in de procedure tussen de werkgever  en de verkoper. Ook als zou komen vast te staan dat de verkoper uit de mededelingen van de werknemer mocht begrijpen dat er een koop tot stand was gekomen, waarvoor in deze procedure geen enkel aanknopingspunt is gesteld, is er geen enkele aanleiding om aan te nemen dat de werknemer opzet of bewuste roekeloosheid kan worden verweten.

Zeer aannemelijk is dat de werknemer veel stress en onrust ervaart en heeft ervaren door de onterechte beschuldigingen en de schadeclaim die boven zijn hoofd hangt.

Zeer jong en kort dienstverband

Bij de vaststelling van de hoogte van de billijke vergoeding wordt verder rekening gehouden met de korte duur van het dienstverband en het feit dat de werknemer zeer jong is en hij naar verwachting snel een andere baan zal vinden. Dat de arbeidsovereenkomst nog lang stand had gehouden acht de kantonrechter vanwege de vele voorvallen in korte tijd niet aannemelijk.

Billijke vergoeding van € 10.000

Gelet op dit alles begroot de kantonrechter de billijke vergoeding op € 10.000 bruto. De wettelijke rente over de billijke vergoeding wordt toegewezen vanaf 1 februari 2023 tot de voldoening.

Misgelopen bonus

De werknemer verzoekt bij de billijke vergoeding ook rekening te houden met een misgelopen bonus voor de vier door hem aangekochte woningen. Hij begroot die bonus op € 100.000 (4 x € 25.000).

De kantonrechter ziet hiertoe geen aanleiding. Los van de door de werkgever ingebrachte uitwerking van de bonusregeling, waarvan de toepasselijkheid niet vast staat, heeft de werknemer op grond van de arbeidsovereenkomst slechts recht op een bonus als de woning is verkocht aan aspirant koopstarters.

Geen recht op bonus

De aankoop van de woning is dus niet voldoende. Nu niet gesteld of gebleken is dat de woningen aan starters zijn verkocht, bestaat geen recht op een bonus. de werknemer heeft niet onderbouwd op grond waarvan hij aanneemt dat hij de woningen in korte tijd aan starters had kunnen verkopen als hij in dienst was gebleven. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, acht de kantonrechter het te onzeker dat hij hierin zou zijn geslaagd.

Ontbindingsdatum

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 februari 2023. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de ontbinding van de arbeidsovereenkomst op een eerder tijdstip te bepalen, zoals verzocht door de werkgever is verzocht.

Eindafrekening

De werkgever moet bij het einde van het dienstverband een correcte eindafrekening opmaken.

De werkgever is vanaf de datum van indiensttreding het vastgestelde overeengekomen loon van € 5.000 bruto per maand aan de werknemer verschuldigd. Het staat vast dat de werkgever over de periode van 1 juni 2022 tot 9 augustus 2022 € 3.166,58 bruto per maand heeft voldaan.

De werknemer heeft berekend dat het achterstallig loon over deze periode € 4.143,72 bruto bedraagt. De werkgever heeft geen verweer gevoerd tegen deze berekening, zodat het verzoek tot toekenning van dit bedrag toewijsbaar is.

Vakantietoeslag

Over het achterstallig loon moet ook vakantietoeslag worden betaald. Ook dit verzoek wijst de  kantonrechter toe. De wettelijke rente over het achterstallig loon en de vakantietoeslag is toewijsbaar vanaf de respectieve data van opeisbaarheid tot de voldoening. De werknemer verzoekt verder afgifte van gecorrigeerde loonstroken over juni, juli en augustus 2022. Ook dit verzoek is toewijsbaar.

De werknemer maakt daarnaast aanspraak op uitbetaling van de bonus over de vier door hem aangekondigde woningen. Dit verzoek wordt afgewezen.

Vakantiedagen

De werkgever moet bij de eindafrekening alle opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen aan de werknemer uitbetalen. De werkgever heeft ter zitting erkend dat haar berekening van het verlofsaldo en de daarop gebaseerde inhouding op het loon, mogelijk niet juist is. De kantonrechter gaat ervan uit dat de werkgever dit corrigeert. Partijen hebben geen overzicht gegeven van de opbouw en opname van verlof tot 1 februari 2023.

De kantonrechter kan daardoor niet beoordelen hoeveel verlofdagen de werknemer bij uitdiensttreding nog open heeft staan. Zijn verzoek om de werkgever te veroordelen tot uitbetaling van vakantiedagen en ten onrechte ingehouden loon wijst de rechter daarom af.

Kilometervergoeding

Het verzoek van de werknemer tot betaling van € 500 netto aan kilometervergoeding wordt als onvoldoende onderbouwd afgewezen.

ECLI:NL:RBMNE:2022:6178

Publicatiedatum 27/02/2023