9.7 / 10 120 reviews 

Niet voldaan aan informatieplicht werkgevers: schadevergoeding (bron:SV)

8 NEWS_READING_TIME_ADD

Terug

De informatieplicht wordt per 1 augustus 2022 nog verder uitgebreid. Wat als de werkgever hier niet aan voldoet? De werknemer kan dan schade vorderen omdat de werkgever niet voldoet aan zijn verplichtingen als goed werkgever en zijn plicht op basis van artikel 7:655 BW. Maar gebeurt dat in de praktijk ook? Jazeker!

De kantonrechter heeft op 30 maart 2022 geoordeeld dat een werkgever ruim € 16.544 schadevergoeding aan de werknemer moet betalen, omdat de werknemer niet schriftelijk is gewezen op de nieuwe ouderenregeling uit de cao. Dat de werknemer ermee bekend was dat de cao van toepassing is, is niet voldoende om aan de verplichting te voldoen.

Niet bekend met ouderenregeling

De werkneemster vordert bij de kantonrechter een bedrag van € 27.573,31 bruto voor opgebouwde maar niet genoten arbeidsduurverkorting. De werknemer heeft aangevoerd dat zij destijds niet bekend was met de ouderenregeling en dat het op de weg van de werkgever had gelegen om haar op het bestaan ervan te wijzen. Door dit na te laten heeft de werkgever de informatieplicht ex art. 7:655 BW geschonden, althans in strijd gehandeld met het beginsel van goed werkgeverschap ex art. 7:611 BW.

Verplichte opgave gegevens

Art. 7:655 BW legt aan de werkgever de verplichting op om de werknemer een schriftelijke of elektronische opgave te verstrekken van een aantal wezenlijke kenmerken van de arbeidsovereenkomst. Het artikel geeft in lid 1 een lijst van de ten minste te verstrekken gegevens, waaronder de naam en vestigingsplaats van de werkgever, de aard van de arbeidsovereenkomst, het tijdstip van indiensttreding, het loon e.d. De lijst is echter niet limitatief.

Opgave toepasselijke cao

Op grond van art. 7:655 lid 1, onder l, BW is de werkgever verplicht om opgave te verstrekken van de toepasselijke cao. In lid 3 is bepaald dat de werkgever deze informatie binnen een maand na het aangaan van de overeenkomst moet verstrekken. De werknemer is bij brief van 29 augustus 1994, die door beiden is ondertekend en als zodanig als schriftelijke arbeidsovereenkomst kan worden aangemerkt, geïnformeerd over de toepasselijke cao. In de brief van 16 juni 2008 is niet vermeld dat de cao van toepassing is. De vraag is of dit ertoe leidt dat de werkgever in strijd heeft gehandeld met art. 7:655 BW. Volgens de kantonrechter is dat niet het geval.

Niet opnieuw informeren geen schending

De werknemer is bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst op de cao geattendeerd. Aangezien zij in 2008 na enkele weken alweer bij de werkgever in dienst trad, mocht de werkgever erop vertrouwen dat de werknemer – zelf jurist – bekend was met de cao. Daar komt bij dat deze, zoals de werkgever onbetwist heeft gesteld, eenvoudig te raadplegen was op het intranet. Het niet opnieuw informeren in 2008 leidt onder die omstandigheden niet tot schending van art. 7:655 lid 1, onder l, BW.

Informeren over ouderenregeling in cao?

De vervolgvraag is of art. 7:655 BW meebracht dat de werkgever de werknemer op of omstreeks 1 december 2009 had moeten informeren over de omstandigheid dat de cao sinds die datum een ouderenregeling bevatte waarvan zij gebruik zou kunnen maken. Op zichzelf kan uit art. 7:655 BW niet worden afgeleid dat de werkgever de werknemer moet informeren over de inhoudelijke bepalingen van een cao.

Informeren over (wijzigingen) cao

De kantonrechter oordeelt hierover dat een werkgever er niet vanuit mag gaan dat een werknemer jaarlijks kennis neemt van de cao-bepalingen, ook niet als de betreffende werknemer jurist is. Op grond van de niet-limitatieve opsomming van art. 7:655 BW in samenhang met het beginsel van goed werkgeverschap mag volgens de kantonrechter van de werkgever worden verwacht dat hij zijn werknemers informeert over de belangrijkste bepalingen en de belangrijkste wijzigingen van de cao. De werkgever heeft in dit verband aangevoerd dat hij de highlights van de cao expliciet op het intranet vermeldt maar dat de ouderenregeling niet als zodanig is bestempeld.

Informatieverplichting geschonden

De kantonrechter oordeelt hierover echter dat de ouderenregeling, op grond waarvan werknemers met behoud van het volledige salaris werden vrijgesteld van werk, voor werknemers een zeer gunstige arbeidsvoorwaarde vormt die een aanzienlijke waarde vertegenwoordigt. Het betreft daarmee een essentiële arbeidsvoorwaarde. Op grond van de informatieplicht, in samenhang met goed werkgeverschap, mocht van de werkgever worden verwacht dat hij in elk geval de werknemers die daarvoor in aanmerking kwamen actief op het bestaan van deze voorziening attendeerde. De werkgever is die verplichting niet nagekomen. Gebleken is dat in de periode dat de werknemer nog werkte geen enkele werknemer gebruik maakte van de regeling. Daaruit blijkt al dat de enkele vermelding van de cao op intranet niet toereikend was. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de werkgever de verplichtingen uit hoofde van art 7:655 BW jo. art. 7:611 BW heeft geschonden.

Schade vergoeden

Omdat de werkgever is tekortgeschoten in de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van de arbeidsovereenkomst, is hij gehouden om de schade die de werknemer daardoor lijdt te vergoeden. De werknemer heeft onbetwist gesteld dat zij van de ouderenregeling gebruik zou hebben gemaakt als zij ervan op de hoogte was geweest. Aangezien de werknemer dan voor hetzelfde loon minder uren had hoeven werken en de regeling dus geen financieel nadeel voor haar had, is dat ook aannemelijk.

Financieel nadeel geleden

Aangezien de werknemer geen gebruik van de regeling heeft kunnen maken – en dat overigens ook in de toekomst niet meer kan doen omdat zij inmiddels de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en niet meer bij de werkgever in dienst is – heeft zij dan ook financieel nadeel geleden, bestaande uit het verrichten van arbeid gedurende de uren die zij niet had hoeven werken. De schade die de werknemer lijdt, is dan ook gelijk te stellen aan het aantal onverplicht gewerkte uren.

Vergoeding onverplicht gewerkte uren?

De werkgever heeft aangevoerd dat vergoeding van de onverplicht gewerkte uren niet hoeft plaats te vinden, onder verwijzing naar een uitspraak van de Hoge Raad, waarin is geoordeeld dat een werknemer geen aanspraak kan maken op uitbetaling van niet-genoten ATV-dagen. De kantonrechter volgt de werkgever hierin niet.

ATV-dagen anders dan vrijgestelde ouderenuren

In de eerste plaats betreft de grondslag van de vordering niet de uitbetaling van niet-genoten ATV-dagen maar schadevergoeding op grond van art. 7:655 BW, c.q. 7:611 BW. In de tweede plaats heeft de Hoge Raad aan de beslissing in 2009 onder meer ten grondslag gelegd dat ATV-dagen in het leven zijn geroepen om het verlies van arbeidsplaatsen tegen te gaan en nieuwe arbeidsplaatsen te creëren en niet om aan de werknemer betaald verlof te verlenen in verband met de werkbelasting die op hem drukt. Anders dan in de situatie waarover de Hoge Raad heeft geoordeeld zijn vrijgestelde uren voor ouderen juist wel bedoeld om de werkbelasting voor de oudere werknemers te verminderen en om de mogelijkheid om werkend het pensioen te halen te bevorderen. Naar het oordeel van de kantonrechter ziet de betreffende uitspraak dan ook niet op deze situatie.

Onjuiste informatie

Onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis heeft de werkgever verder betoogd dat de schadevergoeding die de werknemer op grond van art. 7:655 BW kan vorderen, zich beperkt tot schade die een werknemer lijdt doordat hij als gevolg van onjuiste informatie van de werkgever financiële verplichtingen is aangegaan. De kantonrechter volgt de werkgever hierin evenmin. Het citaat uit de wetsgeschiedenis dat de werkgever aanhaalt, betreft een voorbeeld van schade waarvoor de werkgever bij niet-naleving van de informatieplicht aansprakelijk zou kunnen worden gesteld. Daaruit volgt niet dat de te vorderen schade zich beperkt tot schade die een werknemer lijdt doordat hij als gevolg van onjuiste informatie van de werkgever financiële verplichtingen is aangegaan.

Ervaren juriste

De werkgever heeft verder aangevoerd dat van de werknemer als ervaren jurist beroepsaansprakelijkheid verwacht mocht worden dat zij bekend was met de cao en de inhoud ervan. Aangezien de meest recente versie van de cao altijd op intranet te vinden was, had de werknemer zich hiervan eenvoudig op de hoogte kunnen stellen. Van een ervaren jurist mag verder worden verwacht dat zij de inhoud en reikwijdte van de informatie op intranet begrijpt. Daarbij wijst de werkgever ook op de afwijkende – en voor de werknemer financieel voordelige – afspraken die partijen in 2008 hebben gemaakt. Eventuele schade moet daarom volledig voor haar rekening blijven, volgens de werkgever.

Beroep op eigen schuld

De kantonrechter is van oordeel dat de door de werkgever aangevoerde feiten en omstandigheden kwalificeren als een beroep op eigen schuld in de zin van art. 6:101 BW en dat het beroep hierop slaagt. Daarbij zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Nooit om andere afspraken gevraagd

De werknemer heeft er in 2008 voor gekozen om ontslag te nemen en is kort daarna op verzoek van de werkgever teruggekeerd. Daarbij is de werkgever tegemoet gekomen aan de persoonlijke situatie van de werknemer door afwijkende afspraken te maken. De werknemer stelt weliswaar dat zij hier niet om heeft gevraagd maar betwist ook niet dat het voor haar om een gunstig aanbod ging waartegen zij geen bezwaar heeft gemaakt. Deze situatie heeft bijna 11 jaar voortbestaan zonder dat de werknemer ooit om andere afspraken heeft gevraagd.

Onduidelijk of werknemer onder cao viel

Partijen verschillen van mening over de vraag of de werkgever er, zoals hij zelf stelt, in het verleden op heeft aangedrongen dat alsnog een reguliere arbeidsovereenkomst zou worden gesloten, maar door de werknemer is op zichzelf niet betwist dat dit mogelijk was geweest als zij hierom zou hebben verzocht. Door die afwijkende regeling was voor beide partijen onduidelijk of de werknemer onder de cao viel. Zelf ging de werknemer er lange tijd vanuit dat zij er niet onder viel.

Niet om informatie gevraagd

Verder is van belang dat van de werknemer als jurist kon worden verwacht dat zij zich zou verdiepen in haar arbeidsvoorwaarden en dat zij bij twijfel eventueel informatie zou inwinnen. Niet gebleken is dat zij om informatie heeft gevraagd of dat onjuiste informatie zou zijn gegeven. Gelet op deze omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, is de kantonrechter van oordeel dat de geleden schade mede aan de werknemer kan worden toegerekend. Het aandeel van de werknemer in de schade wordt bepaald op 40 procent.

Redelijkheid en billijkheid

De werkgever heeft tot slot aangevoerd dat de redelijkheid en billijkheid aan toekenning van schadevergoeding in de weg staan. Dit beroept slaagt niet omdat met de omstandigheden die de werkgever ter onderbouwing van het beroep hierop heeft aangevoerd al rekening is gehouden bij het vaststelling van het aandeel van de werknemer in de schade.

Binnen verjaringstermijn

Ook het beroep van de werkgever op verjaring faalt. Een rechtsvordering tot vergoeding van schade verjaart door het verloop van vijf jaar na de aanvang van de dag volgend op die waarop de benadeelde met de schade bekend is geworden. De werknemer heeft onbetwist aangevoerd dat zij pas na haar uitdiensttreding in 2019 heeft ontdekt dat ze gebruik had kunnen maken van de ouderenregeling. De werknemer heeft bij brief van 14 april 2020, en dus binnen de verjaringstermijn, aanspraak gemaakt op schadevergoeding.

60 procent schade toewijsbaar

Het voorgaande brengt met zich dat 60 procent van de door de werknemer berekende schade, waarvan de omvang door de werkgever cijfermatig niet is weersproken, toewijsbaar is. Toegewezen wordt dus een bedrag van 60 procent x € 27.573,31 = € 16.544.

De werknemer vordert wettelijke rente hierover vanaf de dag van de opeisbaarheid. Nu geen sprake is van betaling van loon maar van schadevergoeding wijst de kantonrechter de rente toe vanaf de dag waarop de werknemer hier voor het eerst aanspraak op heeft gemaakt, te weten: 3 maart 2021.

Beslissing

De kantonrechter veroordeelt de werkgever tot betaling aan de werknemer van een bedrag van € 16.544 bruto voor schadevergoeding vanwege niet genoten arbeidsduurverkorting, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 3 maart 2021 tot de dag van volledige betaling (bron: SV).

ECLI:NL:RBDHA:2022:2997

Publicatiedatum 25/06/2022