9.7 / 10 214 reviews 

Loondoorbetaling en bovenwettelijke aanvullingen bij ziekte in cao’s (bron: SV)

10 NEWS_READING_TIME_ADD

Terug

In de meeste cao’s is de loondoorbetaling bij ziekte gedurende twee jaar hoger dan 170%. Hieraan is dan wel de voorwaarde verbonden dat sprake moet zijn van gedeeltelijke werkhervatting of actief meewerken aan re-integratie.

Voor iets meer dan de helft van de werknemers bedraagt de loondoorbetaling in het eerste jaar 100%. Als sprake is van ziekteverzuim als gevolg van een beroepsziekte of een arbeidsongeval, geldt voor ruim een derde van de werknemers de afspraak dat het loon volledig wordt doorbetaald.

Voor ruim twee derde van de werknemers onder de onderzoekcao’s zijn afspraken opgenomen over bovenwettelijke aanvullingen bij arbeidsongeschiktheid na de eerste twee ziektejaren. Het gaat hierbij vooral om afspraken over aanvullingen in geval van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.

Niet meer dan 170% loon doorbetalen

Werkgevers zijn verplicht het loon van zieke werknemers tijdens een periode van twee jaar voor 70% van het brutoloon door te betalen. In het eerste jaar is dit minimaal het wettelijk minimumloon. Alleen bij voldoende re-integratie-inspanningen zou meer dan 170% kunnen worden betaald.

In het najaarsakkoord 2004 is afgesproken om, gerekend over de eerste twee ziektejaren, in principe niet meer dan 170% van het loon door te betalen in geval van ziekte en arbeidsongeschiktheid.

Recht op loondoorbetaling van 70% loon

Een werknemer heeft de eerste twee ziektejaren recht op loondoorbetaling van 70% van zijn loon. Tijdens de eerste 52 weken heeft de werknemer minimaal recht op het minimumloon. Gedurende de eerste twee ziektejaren is activering en re-integratie van zieke werknemers vooral de verantwoordelijkheid van de werkgever en de werknemer.

Meewerken aan re-integratie

In de cao kan zijn afgesproken dat de werknemer een aanvulling op de wettelijke loondoorbetaling krijgt, met als voorwaarde het meewerken aan re-integratie. Re-integratie-inspanningen kunnen zijn het deels weer werken in de eigen functie, het verrichten van andere (passende) arbeid, het werken op arbeid therapeutische basis, het volgen van scholing of een re-integratietraject.

Vier categorieën loondoorbetaling

Op basis van het bovenstaande zijn in cao’s vier categorieën loondoorbetaling tijdens de eerste twee ziektejaren onderscheiden:

  1. Minder dan 170%, ongeacht re-integratie-inspanningen.
  2. Gelijk aan 170%, ongeacht re-integratie-inspanningen.
  3. Gelijk aan 170%, maar bij gedeeltelijke werkhervatting of voldoen aan overige re-integratie-inspanningen hoger dan 170%.
  4. Hoger dan 170%, ongeacht re-integratie-inspanningen.

1 Loondoorbetaling eerste twee ziektejaren minder dan 170%

Voor minder dan 1% van de werknemers onder de onderzoekcao’s geldt dat de doorbetaling gedurende de eerste twee ziektejaren minder is dan 170%. Het gaat om drie cao’s: E-commerce Nederland, Nederlands Horecagilde en Facilitaire Contactcenters. De loondoorbetaling in het eerste ziektejaar is daarbij minder dan 100%.

2 Loondoorbetaling eerste twee ziektejaren gelijk aan 170%

Voor 17% van de werknemers onder de onderzoekcao’s geldt dat de doorbetaling tijdens de eerste twee ziektejaren gelijk is aan 170%. Dit is met name het geval in de sectoren horeca (80%), bouw (40%) en handel (30%). 12% van de werknemers in deze categorie krijgt in het eerste ziektejaar minder dan 100% doorbetaald.

3 Loondoorbetaling eerste twee ziektejaren hoger dan 170% onder voorwaarden

Voor bijna zes op de tien werknemers (59%) onder de onderzoekcao’s kan de loondoorbetaling over beide ziektejaren hoger dan 170% uitkomen als de werknemer zijn werk deels hervat of actief meewerkt aan re-integratie. Voor 50% van deze werknemers bedraagt de loondoorbetaling tijdens het 1e ziektejaar 100%. Voor het overige deel (9%) is de loonaanvulling tijdens het 1e ziektejaar minder dan 100%.

Als de werknemer voldoet aan de re-integratieverplichtingen variëren de aanvullingspercentages van 5%- tot 30%. Onder deze categorie vallen bijna alle werknemers in de sectoren landbouw en zorg. Ook valt hieronder ruim driekwart van de werknemers in de sectoren openbaar bestuur, zakelijke dienstverlening (inclusief advies en onderzoek) en onderwijs.

4 Loondoorbetaling eerste twee ziektejaren hoger dan 170% onvoorwaardelijk

Voor 23% van de werknemers is de loondoorbetaling bij ziekte tijdens de eerste twee ziektejaren zonder meer hoger dan 170%. Dit geldt voor ruim de helft van werknemers in de sectoren bouw, handel en cultuur, sport, recreatie/overige dienstverlening.

Voor werknemers onder een ondernemingscao (34%) geldt relatief vaker zo een afspraak dan voor werknemers onder een bedrijfstakcao (27%). Voor een vijfde van de werknemers in deze categorie (21%) is gedurende het 1e ziektejaar de loondoorbetaling minder dan 100%. Meestal wordt het loon de eerste zes maanden nog wel volledig doorbetaald, daarna daalt het percentage loondoorbetaling.

Vervroegde IVA-uitkering gedurende het 1e en 2e ziektejaar 100

Voor ruim een derde van de werknemers in de onderzoekcao’s zijn afspraken gemaakt over aanvullingen als de werknemer een vervroegde IVA-uitkering aanvraagt. De werkgever is verplicht om de vervroegde IVA-uitkering aan te vullen tot het niveau van de loondoorbetalingsverplichting.

Cao-partijen hebben meestal afgesproken dat de werkgever de vervroegde IVA-uitkering voor 24 maanden aanvult tot 100%. Zulke afspraken gelden relatief vaak voor werknemers in de sectoren financiële instellingen (77%) en vervoer en opslag (66%).

Beroepsziekten en arbeidsongevallen: loondoorbetaling en wachtdagen

De loondoorbetaling in de eerste twee ziektejaren kan afwijken als er sprake is van een beroepsziekte of arbeidsongeval. Voor ruim een derde (39%) van de werknemers is bij cao afgesproken dat in zo’n situatie 100% loondoorbetaling plaatsvindt. Ook kunnen er in dat geval afwijkende afspraken gelden voor wachtdagen.

Een werkgever mag tijdens de eerste twee ziektedagen van de werknemer het loon of een verlofdag inhouden. Dit mag alleen als het in de arbeidsovereenkomst of cao is afgesproken.

In 37 van de onderzoekcao’s, van toepassing op 35% van de werknemers, zijn afspraken over wachtdagen opgenomen. De afspraken over wachtdagen zijn divers. Vaak gelden wachtdagen vanaf de 1e ziektemelding, maar ze kunnen ook pas vanaf een 2e of 3e ziektemelding worden ingehouden. In een aantal cao’s wordt één wachtdag per ziektemelding ingehouden, maar bij frequenter ziekteverzuim (bijvoorbeeld na de 4e ziekmelding) twee dagen.

Bovenwettelijke aanvullingen na 2e ziektejaar

Na twee jaar ziekte wordt door een arbeidsdeskundige van UWV de mate van arbeid(on)geschiktheid bepaald en kan een werknemer in aanmerking komen voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).

Cao-partijen kunnen afspraken maken over aanvullingen op de eventuele uitkering. De WIA kent de volgende categorieën:

  • Als een werknemer minder dan 35% arbeidsongeschikt is, komt de werknemer niet in aanmerking voor een uitkering op grond van de WIA. Het is de bedoeling dat deze werknemers voor het arbeidsproces worden behouden, of in het eigen bedrijf, of bij een andere werkgever.
  • Als een werknemer 35% of meer arbeidsongeschikt is, maar minder dan 80%, is hij gedeeltelijk arbeidsgeschikt en heeft de werknemer recht op een uitkering op grond van de Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).
  • Als een werknemer 80% of meer (niet duurzaam) arbeidsongeschikt is, is hij ‘volledig’ maar niet ‘duurzaam’ arbeidsongeschikt en heeft hij ook recht op een uitkering op grond van de WGA.
  • Werknemers die volledig (80% of meer) én duurzaam arbeidsongeschikt zijn, kunnen aanspraak maken op een uitkering op grond van de Inkomensverzekering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA).

In 99 cao’s, van toepassing op 69% van de werknemers, staan afspraken over bovenwettelijke aanvullingen bij arbeidsongeschiktheid na de eerste twee ziektejaren. Het gaat hier om 68% van de werknemers onder de onderzochte bedrijfstakcao’s en om 82% van de werknemers onder de onderzochte ondernemingscao’s.

Arbeidsongeschiktheid < 35%

Werknemers in deze categorie hebben geen recht op een wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering. Dit neemt niet weg dat partijen bij een cao voor deze categorie afspraken kunnen maken over een uitkering of een aanvulling op het loon. In 77 cao’s van toepassing op 62% van de werknemers geldt een cao-afspraak over aanvulling op het loon bij arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.

De aanvullingen variëren van een aanvulling tot 65% in de eerste twee jaar (cao Ceva Logistics Nederland) tot 100% van het oude loon als de werknemer ten gevolge van interne re-integratie wordt geplaatst in een lagere functie (cao Vleessector).

In 16 van de 77 cao’s is sprake van een staffel waardoor de aanvulling wordt afgebouwd naarmate de duur van de arbeidsongeschiktheid aanhoudt. In 13 cao’s, van toepassing op 12% van de werknemers, is (mede) sprake van een soms verplichte verzekering voor de aanvulling, ook wel bodemverzekering genoemd. Dit is het geval onder andere in het Openbaar vervoer en Metaalnijverheid.

Arbeidsongeschiktheid 35-80%, 80-100% en WGA-uitkering

De WGA-uitkering bestaat uit twee fasen. De eerste fase bestaat uit een aanspraak op een loongerelateerde uitkering. De duur van de loongerelateerde uitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden en duurt minimaal drie en maximaal 24 maanden. In de tweede fase heeft men aanspraak op een loonaanvulling of een vervolguitkering. Dit hangt af van of men na de loongerelateerde fase meer of minder dan de helft van de resterende verdiencapaciteit benut.

In 74 van de onderzoekcao’s is een cao-afspraak over een aanvulling op het loon/de WGA-uitkering. Deze afspraken zijn van toepassing op 42% van de werknemers. Hieronder vallen ook cao’s waarin er een verplichte/collectieve/automatische verzekering voor een WGA-aanvulling is (bijvoorbeeld binnen de sector landbouw de SAZAS). Ook inbegrepen zijn cao’s waarin WGA-gerechtigden een eindejaarsuitkering krijgen (sector bouw).

De aanvullingspercentages op de WGA-uitkering lopen uiteen: de uitkering plus aanvulling kan uitkomen op bijvoorbeeld 50% van het verschil tussen enerzijds het oorspronkelijke maandsalaris en anderzijds de resterende verdiencapaciteit vermeerderd met de loongerelateerde uitkering (Ikea) tot 100% (Metaalindustrie) van het laatstverdiende loon.

De duur van de aanvullingen is meestal afhankelijk van het aantal dienstjaren, maar kan ook afhangen van de tijd resterend tot de AOW-gerechtigde leeftijd. Daarnaast maakt het uit of partijen zijn aangesloten bij de Stichting PAWW, waardoor de WGA-duur wordt gerepareerd tot 38 maanden.

Voor 30% van de werknemers is het een afspraak over een WGA-uitkering voor arbeidsongeschiktheid tussen 35-80%. Voor 14% geldt een afspraak over niet-duurzame arbeidsongeschiktheid boven de 80%. Voor 12% gaat het om dezelfde aanvulling en duur als bij een arbeidsongeschiktheid van 35-80%. Dit varieert van 75% tot 100% van het laatstverdiende loon met een duur van één tot vijf jaar.

Arbeidsongeschiktheid 80-100% en IVA-uitkering

Voor 15% van de werknemers geldt dat een afspraak over aanvulling op de IVA-uitkering wordt genoemd. Hieronder vallen ook cao-bepalingen waarin er een aanvulling uit een arbeidsongeschiktheidspensioenfonds is, bijvoorbeeld bij de Interieur- Bouw- en Meubelindustrie, of een aanvullende verzekering (cao NN).

De IVA-uitkering plus de aanvulling komen in uit op een totale uitkering variërend van 75 tot 90% van het gemaximeerde dagloon, het laatstverdiende salaris, het laatste jaarinkomen of het pensioengevend inkomen. De duur varieert van één tot zeven jaar (cao’s Levensmiddelenbedrijf).

Aanvulling bij arbeidsongeschiktheid < 35%

Voor gemiddeld 62% van de werknemers gelden afspraken over een aanvulling in het geval van arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Deze afspraken komen vooral voor in de sectoren landbouw, bosbouw en visserij en sector industrie en nutsbedrijven. Voor bijna alle werknemers die onder een cao vallen in deze sectoren geldt een aanvulling bij arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.

Bij een arbeidsongeschiktheid vanaf 35% (niet-duurzaam) daalt het aandeel werknemers met een aanvulling bij arbeidsongeschiktheid naar 42%. De sectoren landbouw, bosbouw en visserij en bouw scoren hier het hoogst.

Bij een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer (duurzaam) is het percentage werknemers dat volgens de cao een aanvulling kan krijgen 15%. De sector financiële instellingen scoort hier samen met de sectoren bouw en handel relatief gezien het hoogst.

WGA en beroepsziekte en arbeidsongevallen

In 17 cao’s van toepassing op 14% van de werknemers is een afspraak gemaakt over aanvulling op de WIA-uitkering als sprake is van een beroepsziekte of arbeidsongeval (beroepsincident, arbeidsongeschiktheid in en door de dienst). Dit zijn de cao’s van de Nederlandse Universiteiten, Netwerkbedrijven, Gemeenten, Kadaster, DNB en cao’s in de sector overheid.

WGA-premieverdeling

Werkgevers betalen een basispremie voor de IVA-uitkering en een deel van de WGA-uitkering (na 10 jaar uitkering). Voor de eerste 10 jaar WGA-uitkering (loongerelateerde en vervolguitkering) betaalt de werkgever een gedifferentieerde premie.

De centrale organisaties van werkgevers en werknemers zijn in 2004 overeengekomen dat de premielasten door werkgevers en werknemers gezamenlijk kunnen worden gedragen. De overheid heeft deze afspraak vormgegeven door de werkgever de wettelijke bevoegdheid te geven om ten hoogste 50% van de WGA-premie op het loon van de werknemers te verhalen.

Voor ongeveer een derde van de werknemers (45 cao’s) geldt een cao-afspraak over het al dan niet verdelen van de WGA-premie. Voor driekwart van deze werknemers (30 cao’s) gaat het om de afspraak dat de werkgever de premie voor maximaal 50% op de werknemer mag verhalen. Deze afspraken komen naar verhouding vaker voor in de sectoren landbouw, industrie en bouwnijverheid, en komen bijna niet voor in de sector zakelijke dienstverlening.

Voor ongeveer een derde van de werknemers (45 cao’s) geldt een cao-afspraak over het al dan niet verdelen van de WGA-premie. Voor driekwart van deze werknemers (30 cao’s) gaat het om de afspraak dat de werkgever de premie voor maximaal 50% op de werknemer mag verhalen. Deze afspraken komen naar verhouding vaker voor in de sectoren landbouw, industrie en bouwnijverheid, en komen bijna niet voor in de sector zakelijke dienstverlening.

Verzekeringen bovenwettelijke WIA-aanvullingen

Naast of in plaats van bovenwettelijke aanvullingen op de WIA-uitkeringen die in de cao zijn afgesproken, kan sprake zijn van verzekeringen voor deze aanvullingen. Het kan gaan om verzekeringen voor aanvullingen op de uitkering in het algemeen en/of voor bijzondere situaties als het WGA-hiaat en het WGA/IVA-excedent.

Verzekeren aanvullingen WIA

Voor 17% van het totale aantal werknemers onder de onderzoekcao’s is afgesproken dat werknemers een verzekering kunnen afsluiten voor (extra) aanvullingen op hun WIA-uitkering (anders dan hiaat- en excedentverzekering).

Voor 14% van de werknemers is bekend wie de premie draagt voor deze verzekering: de werknemer (5%), de werkgever (0,5%) of beide (2%).

De overige 7% valt onder drie cao’s in de Metaalnijverheid en de cao voor de Motorvoertuigen- en Tweewielerbedrijf. Hierin is afgesproken om vanuit de N.V. Schadeverzekering Metaal en Technische Bedrijfstakken verzekeringen aan te bieden en te verzorgen ter dekking van financieel risico als gevolg van arbeidsongeschiktheid. De premieverdeling van de verzekeringen is in de cao’s niet genoemd.

Verzekeren WGA-hiaat

In het 3e en 4e ziektejaar krijgen werknemers mogelijk een loongerelateerde uitkering van 70% van hun inkomen. De duur van de loongerelateerde uitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden. Daarna krijgen werknemers die door voortdurende arbeidsongeschiktheid niet of voor minder dan de helft hun restverdiencapaciteit benutten een vervolguitkering van het UWV. De hoogte van de vervolguitkering is gebaseerd op een uitkeringspercentage maal het minimumloon. Het uitkeringspercentage wordt afgeleid van het arbeidsongeschiktheidspercentage. Dit betekent een inkomensdaling, het zogenoemde WGA-hiaat. Werknemers kunnen zich hiervoor verzekeren.

In cao-afspraken van toepassing op 14% van de werknemers wordt een WGA-hiaatverzekering ter afdekking van deze inkomensdaling genoemd. De premie voor deze verzekering komt voor 5% van de werknemers voor rekening van de werknemer en voor 7% van de werknemers draagt de werkgever hieraan bij. Alleen voor werknemers onder de cao voor ANWB en het Openbaar Vervoer wordt de premie betaald door de werkgever.

Verzekeren WGA/IVA-Excedent

Verzekering van het loon boven het maximum dagloon voor de sociale verzekeringswetten (excedent) geldt voor 2% van de werknemers onder de onderzoekcao’s.

Cao-afspraken 2024

Publicatiedatum 09/07/2024