9.8 / 10 72 reviews 

Intimiderend gedrag onvoldoende voor ontslag op staande voet (bron: XpertHR)

2 NEWS_READING_TIME_ADD

Terug

De werkgeefster ontslaat de werkneemster op staande voet wegens intimiderend gedrag. In de ontslagbrief wordt niet precies vermeld om welke incidenten het gaat, en de werkneemster verzoekt vernietiging van het ontslag. De kantonrechter vernietigt het ontslag op staande voet en oordeelt dat de werkneemster weer moet worden toegelaten tot haar werkzaamheden.

Wat eraan voorafging
Werkneemster is ruim 22 jaar in dienst van werkgeefster. Werkgeefster ontslaat de werkneemster op 25 januari 2021 op staande voet wegens intimiderend gedrag. De dag erna stuurt de werkgeefster een brief aan de werkneemster waarin de reden voor het ontslag is vermeld, te weten: het herhaaldelijk intimideren en bedreigen van verschillende collega’s en een voormalig collega. De werkneemster verzoekt vernietiging van het ontslag op staande voet en een veroordeling van de werkgeefster tot betaling van het loon en toelating tot het werk. De werkgeefster verzoekt de rechter, indien het ontslag op staande voet vernietigd wordt, de arbeidsovereenkomst met de werkneemster te ontbinden wegens (ernstig) verwijtbaar handelen van de werkneemster.

Bij de rechter
Op welke incidenten is het ontslag op staande voet gebaseerd?
Rechtvaardigt dit incident/ deze incidenten een ontslag op staande voet?
Rechtvaardigt het intimiderende gedrag van werkneemster een ontbinding van de arbeidsovereenkomst?

In de ontslagbrief wordt niet vermeld op welke incidenten het ontslag op staande voet is gebaseerd. Werkneemster is er vanuit gegaan dat het ontslag op staande voet gebaseerd was op het incident van 21 januari 2021. Volgens de werkgeefster gaat het om drie incidenten. Naar het oordeel van de rechter heeft de werkgeefster onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat tijdens het ontslaggesprek op 25 januari 2021, zoals zij stelt, met werkneemster alle (drie) incidenten zijn besproken. Ook in het gespreksverslag worden de incidenten niet concreet benoemd. Met het oog op de ernst van de maatregel van het ontslag op staande voet had de werkgeefster de reden van ontslag ondubbelzinnig moeten benoemen, wat zij niet heeft gedaan. Om die reden kan alleen het incident van 21 januari 2021 als ontslaggrond worden aangemerkt.

Het incident van 21 januari 2021, een woordenwisseling tussen de werkneemster en een collega, rechtvaardigt geen ontslag op staande voet. Hierin weegt mee dat werkneemster 22 jaar in dienst was en haar werk altijd goed heeft gedaan. Ook worden de persoonlijke omstandigheden van de werkneemster betrokken in het oordeel van de rechter. De rechter is van oordeel dat het door de werkgeefster gemaakte verwijt, afgezet tegen de persoonlijke omstandigheden van de werkneemster, onvoldoende is om een ontslag op staande voet te rechtvaardigen. Het ontslag wordt vernietigd.

Bij het ontbindingsverzoek staat eveneens het intimiderende gedrag van werkneemster centraal. De kantonrechter overweegt in dit kader dat de woordenwisseling en de intimiderende houding niet collegiaal is. Maar werkgeefster had als goed werkgever de problematiek met werkneemster moeten bespreken, met haar moeten onderzoeken hoe dit kon worden opgelost en welke concrete hulp kon worden geboden om toekomstige incidenten te vermijden. Werkgeefster heeft dit niet gedaan. Van (ernstig) verwijtbaar handelen van de werkneemster is volgens de rechter dan ook geen sprake. De kantonrechter wijst het verzoek van de werkgeefster af. Werkgeefster wordt veroordeeld het loon van de werkneemster door te betalen en werkneemster toe te laten tot haar werkzaamheden (bron: XpertHR).

ECLI:NL:RBMNE:2021:2228, 18 mei 2021

Heeft u een vraag over dit onderwerp of een andere arbeidsrechtelijke vraag/ontslagkwestie, neem dan contact op met onze arbeidsrechtjuristen per mail via info@ontslag-center.nl of bel naar kantoor via 043 - 720 09 20. 

Publicatiedatum 22/07/2021