9.8 / 10 72 reviews 

Hebben kinderen recht op overlijdensuitkering na overlijden werknemer? (bron: PW)

2 NEWS_READING_TIME_ADD

Terug

De werkneemster treedt op 1 mei 2011 in dienst van de werkgever – een GGZ-instelling – als secretaresse. In de cao staat dat de werkgever bij overlijden van een werknemer een overlijdensuitkering verstrekt aan de echtgenote of partner, aan diens minderjarige kinderen of aan iemand anders met wie de werknemer in gezinsverband samenleefde en in wiens levensonderhoud hij of zij grotendeels voorzag. Als er niemand is die helemaal aan deze voorwaarden voldoet, dan kan de werkgever ervoor kiezen toch een (deel van) de overlijdensuitkering te verstrekken aan mensen die daarvoor uit billijkheidsoverwegingen in aanmerking komen.

In 2019 overlijd de werknemer. Haar meerderjarige kinderen maken aanspraak op de overlijdensuitkering. De werkgever wijst deze claim af, met als reden dat ‘de moeder niet samenwoonde met haar vriend en dat er niemand was voor wie zij grotendeels in de kosten van bestaan voorzag en die bij haar woonde’.

Billijkheidsbepaling

De kinderen van de werknemer stappen naar de rechter om hun aanspraak kracht bij te zetten. De kantonrechter oordeelt in hun voordeel: vanuit het oogpunt van billijkheid, hebben de kinderen recht op de overlijdensuitkering. Volgens de kantonrechter geeft deze billijkheidsbepaling voldoende aanknopingspunten. De kantonrechter gaat daarom niet in op de vraag of de kinderen een gezinsverband vormden met hun moeder.

CAO-norm

De werkgever gaat in hoger beroep tegen deze uitspraak. Hij beroept zich daarbij op de zogenoemde cao-norm. Deze houdt in dat aan een bepaling van een cao een uitleg naar objectieve maatstaven moet worden gegeven. Met andere woorden: wat er staat, is bepalend. Zo hoef je niet te gissen naar de bedoelingen van de partijen die de cao hebben gesloten. Volgens de werkgever is er alleen sprake van een gezinsverband wanneer iedereen op hetzelfde adres is ingeschreven. Deze kinderen zijn meerderjarig en wonen op kamers in een studentenstad.

Oordeel van de rechter

In tegenstelling tot de kantonrechter gaat het gerechtshof wel inhoudelijk in op de vraag of de werknemer en haar kinderen een gezinsverband vormden. Maar dat verandert niets aan de uitspraak. De werkgever betoogt dat het hebben van het hoofdverblijf in dezelfde woning als de werknemer een vereiste is om te kunnen spreken van een gezinsverband. Dit zou betekenen dat studerende kinderen die thuis wonen wel recht hebben op een overlijdensuitkering, en uitwonende kinderen die net zijn gaan studeren en nog regelmatig in het ouderlijk huis verblijven niet. Het gerechtshof verwerpt deze redenatie.

In het geval van de overleden werknemer waren de kinderen nog maar net uitgevlogen. Een van de kinderen huurde een kamer in een studentenstad, waar hij zo af en toe overnachtte. Hij mocht hier niet het hele jaar verblijven en hij woonde dan ook meer dan de helft van het jaar bij zijn moeder. Zijn zus woonde in een piepkleine studentenkamer en kwam in de weekenden en in de vakanties regelmatig naar huis. Voor beide kinderen gold dat hun moeder hen financieel ondersteunde omdat zij met een studentenbaantje niet in hun levensonderhoud konden voorzien. De kinderen kunnen dit ook bewijzen met een overzicht van betalingen die hun moeder deed. Volgens het hof was er op het moment van overlijden dus wel degelijk sprake van een gezinsverband. De kinderen hebben daarom recht op de overlijdensuitkering. De werkgever draait ook op voor de proceskosten die de kinderen hebben gemaakt (bron: PW).

ECLI:NL:GHSHE:2021:2848

Heeft u een vraag over dit onderwerp of een andere arbeidsrechtelijke vraag/ontslagkwestie, neem dan contact op met onze arbeidsrechtjuristen per mail via info@ontslag-center.nl of bel naar kantoor via 043 - 720 09 20.

Publicatiedatum 08/10/2021