9.7 / 10 120 reviews 

Geen arbeidsovereenkomst voor vrijwilliger en wel € 25.000 boete wegens schending geheimhoudingsbeding (bron: KBS Advocaten)

5 NEWS_READING_TIME_ADD

Terug

Feiten

Een man werkte op basis van een vrijwilligersovereenkomst voor een Stichting, een non-gouvernementele organisatie (‘NGO’) die zich inzet voor de vrijheid van meningsuiting, persvrijheid, digitale vrijheid en vrouwenrechten in het Midden-Oosten en het bijzonder in Iran. Zijn werkzaamheden bestonden uit het schrijven van teksten en tech-beheer  gedurende 16 uur per week waarvoor hij een vergoeding ontving van €150, -- per maand tot een maximum van €1500, -- per jaar. In de ondertekende vrijwilligersovereenkomst was een geheimhoudingsbeding opgenomen met betrekking tot alles wat de vrijwilliger uit hoofde van de overeenkomst ter kennis zou komen, bij overtreding waarvan aan de stichting een direct opeisbare boete van € 25.000, -- verschuldigd was, te vermeerderen met € 5.000, -- voor iedere dag dat de overtreding zou voortduren. Ook was bepaald dat dit verschuldigd was, onverminderd het recht van de Stichting in aanvulling op de boete schadevergoeding te eisen.

Bij de Stichting ontstond op enig moment het vermoeden dat haar computersysteem gehackt was op basis waarvan aangifte bij de politie is gedaan. Op dezelfde datum werd vanaf een anoniem e-mail adres een e-mail gestuurd naar 95 ontvangers met 29 documenten, waaronder kopieën van paspoorten en vliegtickets. Een subsidiegever van de Stichting wilde de financiële bijlage in verband met de hack en gevolgen daarvan stopzetten. De vrijwilliger is strafrechtelijk veroordeeld voor het hacken van het computersysteem van de Stichting en het wissen, veranderen en toevoegen van gegevens van de Stichting over een bepaalde periode.

Vordering tot schadevergoeding en  contractuele boete

De Stichting vordert schadevergoeding van de vrijwilliger als gevolg van de hack en maakt daarbij ook aanspraak op betaling van de contractuele boete vanwege het overtreden van het geheimhoudingsbeding. De gevorderde schade had betrekking op het mislopen van een (subsidie) bijdrage van ruim € 45.000, -- schade wegens interne kosten en schade door verlies van rapporten en handleidingen. Daarnaast werd aanspraak gemaakt op de contractuele boete van €25.000, -- door de Stichting omdat de vrijwilliger tekort zou zijn geschoten in de nakoming van het geheimhoudingsbeding in de vrijwilligersovereenkomst.

Verweer vrijwilliger

De vrijwilliger verweerde zich allereerst door aan te voeren dat hij geen vrijwilliger was, maar dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 BW. Daarnaast was hij van mening dat de vordering tot betaling van de schadevergoeding en de boete ongegrond waren.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank kwam tot het oordeel dat er geen sprake was van een arbeidsovereenkomst, maar een (zuivere) vrijwilligersovereenkomst aan de hand van de criteria van artikel 7:610 BW: persoonlijke arbeid, loon en gezagsverhouding.

Uit de schriftelijke stukken bleek dat er evident sprake was van een overeenkomst op basis van vrijwilligheid en geen arbeidsovereenkomst, ook al had de vrijwilliger dat misschien gewild. Er was ingestemd met het verrichten van werkzaamheden op basis van vrijwilligheid en ook de vergoeding kwalificeerde niet als loon maar slechts als een vrijwilligersvergoeding. Omdat niet was voldaan aan de criteria van 7:610 BW kwam de vrijwilliger ook geen beroep toe op het vermoeden van het bestaan van een arbeidsovereenkomst op grond van de rechtsvermoedens van artikel 7:610a BW. Daarnaast kwam de vrijwilliger geen beroep toe op de wettelijke nietigheidsbepalingen die gelden voor boeteclausules in arbeidsovereenkomsten nu de overeenkomst niet kwalificeerde als een arbeidsovereenkomst. De vrijwilliger voerde aan dat op grond van artikel 6:92 BW geen boete naast schadevergoeding gevorderd kan worden. Dit verweer slaagde niet nu de rechtbank oordeelde dat partijen bij overeenkomst van deze bepaling kunnen afwijken, hetgeen de Stichting en de vrijwilliger hadden gedaan. In beginsel kan op grond van de vrijwilligersovereenkomst de Stichting een boete en schadevergoeding vorderen.

De rechtbank wees gevorderde schadevergoedingen af. Het mislopen van de subsidiebijdrage werd afgewezen omdat de Stichting een kans had gekregen om de subsidiebijdrage alsnog te ontvangen na een assessment, welke niet had plaats gevonden. Daarmee had de Stichting onvoldoende onderbouwd dat de bijdrage was stopgezet als gevolg van het handelen van de vrijwilliger. De interne bedrijfskosten waren naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd zodat deze schade eveneens werd afgewezen en tot slot gold voor de schade door verlies van rapporten en handleidingen dat de rechtbank niet kon vaststellen om wat voor documenten het precies ging en daarmee ook niet of er schade was, zodat ook deze vordering werd afgewezen.

De contractuele boete die in de vrijwilligersovereenkomst is gesloten daarentegen werd door de rechtbank toegewezen. De rechtbank was van oordeel dat de Stichting voldoende had aangetoond dat de vrijwilliger de e-mail had gestuurd, nu uit het strafvonnis bleek dat hij zich toegang had verschaft tot de Google Suite omgeving van de Stichting waar vertrouwelijke documenten waren opgeslagen die in de e-mail waren verstuurd en ook de standaard mailinglist stond, die vrijwel identiek was aan de lijst van 95 relaties waaraan de e-mail is verstuurd.

Het in kracht van gewijsde gegaan op tegenspraak gewezen vonnis waarbij de Nederlandse strafrechter bewezen heeft verklaard dat de vrijwilliger de computersystemen heeft gehackt van de Stichting en gegevens heeft gewist, veranderd en toegevoegd leverde in de civiele procedure dwingend bewijs op van dat feit, behoudens tegenbewijs op grond van artikel 151 Rv. Nu de vrijwilliger het verweer onvoldoende geconcretiseerd en onderbouwd had was er geen plaats voor tegenbewijs levering volgens de rechtbank. De vrijwilliger had niet alleen de juistheid van de door de Stichting gestelde feiten niet betwist maar had ook geen ander plausibel alternatief scenario voor de verzending van de e-mail geschetst, noch was de stelling verder toegelicht of onderbouwd dat uit het politie onderzoek zou blijken dat er geen link tussen de vrijwilliger en de e-mail zou zijn.

De rechtbank oordeelde dan ook dat de vrijwilliger onrechtmatig heeft gehandeld door de computersystemen van de Stichting binnen te dringen en e-mails te versturen waardoor vertrouwelijke informatie van de Stichting is gedeeld met externe relaties van de Stichting en wees de contractuele boete van € 25.000, -- toe.

Deze uitspraak is van belang gezien het grote aantal vrijwilligers in ons land en de waarde van vrijwilligerswerk voor onze samenleving. Enerzijds is de vrijwilliger kwetsbaar omdat de rechtspositie civielrechtelijk niet specifiek geregeld is. Andere vormen van arbeid kennen een specifieke wettelijke regeling, vaak ook ter bescherming van de zwakkere partij en vanwege de ongelijkheidcompensatie die het arbeidsrecht kenmerkt. In deze kwestie was sprake een zuivere vrijwilligersovereenkomst, maar de praktijk is soms weerbarstig. Het belang van duidelijke afspraken met betrekking tot geheimhouding in geval van vrijwilligerswerk is, gezien de mogelijke grote impact, zoals in onderhavige zaak, cruciaal. In deze kwestie was de uitkomst vrij duidelijk en ook begrijpelijk, gezien de handelswijze van de vrijwilliger. Dat is niet altijd het geval. Niet onbelangrijk is dat organisaties zich ook het verschil in rechtspositie van een werknemer met die van een vrijwilliger goed realiseren en de afspraken ook goed vastleggen en daar vervolgens feitelijk ook op die wijze invulling aan te geven (bron: KBS Advocaten).

Heeft u een vraag over dit onderwerp of een andere arbeidsrechtelijke vraag/ontslagkwestie, neem dan contact op met onze arbeidsrechtjuristen per mail via info@ontslag-center.nl of bel naar kantoor via 043 - 720 09 20.  

 

Publicatiedatum 09/12/2021