9.2 / 10 126 reviews 

Gebruik van schuttingtaal en schop tegen een oven onvoldoende voor ontslag op staande voet (bron: XpertHR)

4 NEWS_READING_TIME_ADD

Terug

Werknemer is 52 jaar oud en vanaf 1993 bij de werkgever, een koekjesfabrikant, in dienst als Operator. De werknemer is op 15 juli 2015 op staande voet ontslagen naar aanleiding van een incident in de vroege ochtend van die dag. Nadat bleek dat een van de ovens niet werkte is de werknemer ‘ontploft’; hij riep: “wat een kut-bedrijf, je gelooft me niet” en heeft vervolgens de deur van de oven ingetrapt. De werkgever geeft aan dat de werknemer dit soort gedrag vaker vertoont en dat hij daarvoor in de afgelopen jaren veelvuldig voor is gewaarschuwd.

De werknemer heeft de kantonrechter verzocht om het ontslag op staande voet te vernietigen. De werknemer legt uit dat de oven kapot was en dat de ploegleider weigerde om de machine uit te zetten, waardoor de werknemer 15 tot 20 minuten handmatig hete stroopwafels heeft moeten verwijderen. Pas na 20 minuten is de monteur gebeld. De werknemer was hier gepikeerd over, heeft hartgrondig gevloekt en tegen de ovendeur geschopt. Hij geeft aan dat hij dat niet had moeten doen, maar dat dit gezien de situatie wel begrijpelijk was. Na dit gebeuren is de werknemer gewoon blijven doorwerken. In de loop van de dag is hij op kantoor geroepen en op staande voet ontslagen.

De kantonrechter
Hoewel de werkgever stelt dat sprake is van stelselmatig onacceptabel en ontoelaatbaar gedrag van de werknemer, heeft hij dat op geen enkele wijze heeft aangetoond. Ook van de ‘vele voorafgaande waarschuwingen is niets gebleken. De kantonrechter kijkt daarom naar het incident van 15 juli 2015. Hoewel de werknemer te heftig heeft gereageerd door schuttingtaal te gebruiken en tegen de ovendeur te schoppen, levert dit naar het oordeel van de kantonrechter ‘bij lange na niet een dringende reden voor ontslag op’; de aanzienlijke duur van het dienstverband (21 jaar), het feit dat de werknemer (bijna) altijd naar behoren heeft gefunctioneerd en dat niet is gebleken van enige (relevante) schade aan de oven, brengen dit mede met zich mee. De werkgever had , naar het oordeel van de kantonrechter, in dit geval kunnen en behoren te volstaan met het geven van een officiële waarschuwing.

De kantonrechter wijst het verzoek van de werknemer tot vernietiging van het ontslag op staande voet toe, waardoor het dienstverband doorloopt, het loon moet worden doorbetaald en de werknemer weder tewerkgesteld moet worden.

ECLI:NL:RBZWB:2015:6532

Let op:
Deze procedure is verlopen op grond van de nieuwe wetgeving. De werknemer heeft - binnen de daarvoor geldende termijn van twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst door de werkgever is beëindigd (artikel 7:686a lid 4 sub a BW) - de kantonrechter verzocht om het door de werkgever gegeven ontslag op staande voet op grond van artikel 7:681 lid 1 BW te vernietigen.

Rechter vernietigt het ontslag op staande voet
Deze kantonrechter is van oordeel dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. Hij heeft het verzoek van de werknemer tot vernietiging van het gegeven ontslag dan ook toegewezen. De werkgever heeft dan immers opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW , zodat er grond is om toepassing te geven aan artikel 7:681 lid 1 BW. In plaats van een verzoek tot vernietiging van het gegeven ontslag op staande voet, kan de werknemer er ook voor kiezen om de kantonrechter te vragen aan hem ten laste van de werkgever een billijke vergoeding toe te kennen. In dat geval blijft het dienstverband dus wel beëindigd. Deze werknemer heeft gekozen voor vernietiging, waardoor hij zijn baan dus behoudt.

Ontslag op staande voet
Op grond van artikel 7:677 lid 1 BW is ieder van partijen bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op grond van een dringende reden op te zeggen, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. In artikel 7:678 lid 1 BW wordt benoemd wat voor de werkgever als dringende reden kan worden beschouwd; ‘zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren’. De Hoge Raad heeft bepaald dat de kantonrechter bij de beoordeling van de rechtsgeldigheid van een ontslag op staande voet, alle omstandigheden van het geval in aanmerking moet nemen. Niet alleen de aard en ernst van de aangevoerde dringende reden, maar ook de persoonlijke omstandigheden van de werknemer zijn daarbij relevant, zoals bijvoorbeeld de aard en de duur van de dienstbetrekking, de wijze waarop de werknemer zijn werk heeft vervuld en ook de privéomstandigheden van de werknemer.

Deze werknemer is 52 jaar oud en werkt al 21 jaar bij de koekjesfabrikant. Dat hij een keer uit zijn vel springt is niet oké, maar ontslag op staande voet gaat dan wel heel ver. Het zou anders kunnen zijn als uit het ontslagdossier naar voren was gekomen dat de door de werkgever gestelde ‘vele incidenten in voorgaande jaren’ en (vooral) de ‘vele voorgaande waarschuwingen’ een patroon hadden laten zien van een werknemer die stelselmatig onacceptabel en ontoelaatbaar gedrag vertoont en bij wie herhaaldelijk waarschuwen – blijkens het incident van 15 juli 2015 – kennelijk geen zin heeft. Maar van een dergelijke inhoud van het ontslagdossier is blijkbaar geen enkele sprake. Blijkt maar weer dat het op orde hebben en houden van personeelsdossiers van groot belang is; als een werknemer in de fout gaat en een waarschuwing krijgt, bevestig dit dan altijd schriftelijk aan hem en bewaar een kopie in het personeelsdossier (bron: XpertHR).

Heeft u een vraag over dit onderwerp of een andere arbeidsrechtelijke vraag/ontslagkwestie, neem dan contact op met onze arbeidsrechtjuristen per mail via info@ontslag-center.nl of bel naar kantoor via 043 - 720 09 20. 

Publicatiedatum 22/07/2021