9.7 / 10 104 reviews 

Arbeidsmarktomstandigheden van invloed op omvang billijke vergoeding (bron: De Clercq Advocaten)

2 NEWS_READING_TIME_ADD

Terug

De rechtbank Amsterdam heeft recent een opvallende uitspraak gedaan ten aanzien van de begroting van een billijke vergoeding. Een medewerker van een softwareontwikkelaar werd op staande voet ontslagen voor het openen van vertrouwelijke e-mails van directieleden. Dit ontslag op staande voet bleek onterecht te zijn gegeven, waardoor de medewerker een billijke vergoeding van maar liefst een half miljoen verzocht. De kantonrechter heeft inderdaad een billijke vergoeding toegekend, maar deze is wel aanzienlijk lager uitgevallen dan het verzochte bedrag. Een opvallende overweging bij deze matiging was gelegen in de huidige arbeidsmarktomstandigheden (‘werknemersmarkt’).

Bij een onterecht gegeven ontslag op staande voet kan de medewerker in kwestie op grond van art. 7:681 lid 1 sub a BW een billijke vergoeding verzoeken bij de kantonrechter. Er is uitvoerige rechtspraak over welke gezichtspunten van belang zijn bij het vaststellen van de omvang van die billijke vergoeding.

Zo is in het arrest Blue Circle bepaald dat de gevolgen van het verlies van de arbeidsovereenkomst voor de werknemer bij de begroting hiervan moeten worden betrokken. Hierbij gelden wel strenge motiveringseisen.

In het New Hairstyle-arrest heeft de Hoge Raad een aantal nadere gezichtspunten geformuleerd voor de manier waarop de hoogte van de billijke vergoeding moet worden vastgesteld, te weten:

  • De mate van verwijtbaarheid van de werkgever;
  • Redenen van de werknemer om af te zien van de opzegging;
  • Materiële schade van de werknemer;
  • Een eventuele nieuwe baan van de werknemer en de daaruit voortvloeiende inkomsten;
  • Andere inkomsten die de werknemer redelijkerwijs in de toekomst kan verwerven;
  • Immateriële schade van de werknemer; en
  • Eventuele aanspraak op en omvang van de transitievergoeding.

Advocaat-Generaal De Bock heeft in een conclusie bij dit arrest geschreven dat er bij de begroting van de billijke vergoeding een vergelijking dient te worden gemaakt tussen enerzijds de situatie waarin de werknemer zich door het ontslag bevindt en anderzijds de hypothetische situatie waarin de werknemer zou hebben verkeerd als het onterechte ontslag niet zou zijn gegeven.

Het gaat er in feite om wat de waarde van de arbeidsovereenkomst voor de werknemer is. Er wordt bij de begroting van de billijke vergoeding ook gekeken hoe lang het dienstverband waarschijnlijk zou hebben voortgeduurd wanneer het onterechte ontslag niet zou zijn gegeven.

Nu heeft de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam een opvallende uitspraak gedaan met betrekking tot de begroting van de billijke vergoeding. De kantonrechter heeft namelijk een billijke vergoeding van € 15.327,- toegekend, terwijl de medewerker in kwestie een billijke vergoeding van bijna een half miljoen had verzocht. Naast het feit dat de kantonrechter bij deze (vele malen lagere) billijke vergoeding is uitgegaan van een aanzienlijk kortere voortduring van het dienstverband, noemt de kantonrechter de huidige (gunstige) arbeidsmarkt als relevant gezichtspunt. Hieruit lijkt te volgen dat werkgevers – gelet op de huidige gunstige arbeidsmarkt voor werknemers – minder risico lopen een (omvangrijke) billijke vergoeding opgelegd te krijgen.

Publicatiedatum 18/03/2022