9.2 / 10 126 reviews 

WERKGEVERS OPGEPAST: BILLIJKE VERGOEDING VOOR WERKNEMERS IN VERBAND MET HET NIET NALEVEN VAN DE RIVM-RICHTLIJNEN

4 NEWS_READING_TIME_ADD

Terug

De werkgever exploiteert een groot bouwbedrijf. De werknemer heeft de functie van kwaliteitsmanager en ontvangt vanaf medio maart 2020 veel vragen over de veiligheid op de werkplek in verband met Covid-19. Door een lid van de directie wordt aangegeven dat hij corona maar een griepje vindt. Op 2 juli 2020 vindt er na afloop van de managementvergadering een etentje plaats bij een restaurant. De werknemer heeft het restaurant nog voor aanvang van het etentje verlaten, omdat er volgens hem onvoldoende rekening is gehouden met de aanwijzingen van het RIVM.

Vanaf dat moment ontstaan er spanningen in de arbeidsverhouding. De werkgever stelt de bonus van de werknemer vast op een tiende van het gebruikelijke bedrag. De werknemer raakt arbeidsongeschikt vanwege een arbeidsconflict. De werkgever doet een voorstel tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst, zet een vacature open voor de functie van kwaliteitsmanager en stopt ook de loondoorbetaling van de werknemer. De werkgever verzoekt bij de kantonrechter ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Dit wordt toegewezen wegens een verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer stelt een loonvordering in en verzoekt daarnaast om een billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever.

NIET OPVOLGEN LANDELIJKE RIVM-RICHTLIJNEN
De rechter stelt voorop dat uit de stukken die de werknemer aan de rechter heeft voorgelegd volgt dat er vanuit de werkgever diverse maatregelen niet zijn doorgevoerd, dan wel dat in strijd met de RIVM-richtlijnen is gehandeld. Zo valt op te maken uit een (concept)brief vanuit de directie dat de werkgever – in weerwil van de richtlijnen rondom COVID-19 – zijn medewerkers ervan heeft weerhouden om werkzaamheden vanuit huis te verrichten. In het coronaprotocol van de werkgever met daarin de regels voor veilig werken staan wel de juiste RIVM-richtlijnen vermeld, maar met de uitzondering daarop dat medewerkers gewoon naar het werk moeten komen indien een huisgenoot klachten heeft, ook indien dat koorts of benauwdheid betreft. Dit gaat eveneens in tegen de RIVM-richtlijnen die voorschrijven dat men in die situatie thuis moet blijven, aldus de kantonrechter.

Ook uit de verklaring van een oud-collega volgt een bevestiging van het door de werknemer geschetste beeld: de werkgever lijkt de RIVM-richtlijnen voor de werkvloer (op zijn zachtst gezegd) in twijfel te trekken, waardoor er tussen de werkgever en de werknemer diverse strubbelingen zijn ontstaan. Wat betreft het etentje van 2 juli 2020 overweegt de kantonrechter expliciet dat het goed voorstelbaar is dat in een restaurant waarbij met een groep van 14 personen wordt gegeten, de 1,5 meter afstand niet kan worden gehanteerd. Het is daarbij het goed recht van de werknemer om ervoor te kiezen niet aanwezig te zijn in een omgeving waarbij hij zich niet veilig voelt.

CONCLUSIE VAN DE KANTONRECHTER
De manier waarop de werkgever heeft gehandeld ten aanzien van de RIVM-richtlijnen en hoe hij heeft gereageerd op de opmerkingen van de werknemer om bepaalde regels in acht te nemen in verband met COVID-19, is onzorgvuldig en nalatig. De werkgever heeft een vergaande verantwoordelijkheid voor de veiligheid en gezondheid van zijn medewerkers (op de werkvloer) en hij dient daarbij als goed werkgever de vanuit de overheid gestelde richtlijnen toe te passen. Door dat niet of onvoldoende te hebben gedaan, is aan hem een ernstig verwijt te maken. Gezien het bovenstaande en het feit dat de werkgever een verstoring van de arbeidsverhouding heeft gecreëerd en onvoldoende heeft gepoogd om deze verstoring op te lossen, is de werkgever een billijke vergoeding verschuldigd aan de werknemer. Deze vergoeding heeft de kantonrechter vastgesteld op bijna € 60.000,- bruto. Een bittere pil voor de werkgever.

NIET NALEVEN RIVM-RICHTLIJNEN LEIDT DUS TOT TOEKENNING VAN EEN BILLIJKE VERGOEDING?
Die conclusie kan nog niet worden getrokken. Dat de werkgever is veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding betekent nog niet noodzakelijk het einde van het verhaal. Recentelijk heeft het Gerechtshof Den Haag nog maar eens bevestigd dat voor het aannemen van ernstig verwijtbaar handelen een hoge drempel geldt. Het hof merkt op dat rechters terughoudend moeten zijn bij het aannemen van ernstige verwijtbaarheid en alleen in evidente gevallen tot het oordeel kunnen komen dat hiervan sprake is; de werkgever moet zogezegd grovelijk zijn verplichtingen als goed werkgever hebben geschonden. Pas als daarvan sprake is, kan er een billijke vergoeding aan werknemer worden toegekend.

Het is afhankelijk van de omstandigheden van het geval of er voldaan wordt aan de hoge drempel van ernstige verwijtbaarheid. Als de RIVM-richtlijnen een keer niet worden nageleefd, zal dit vermoedelijk niet direct tot gevolg hebben dat er een billijke vergoeding wordt toegekend. Als de regels echter met voeten worden getreden hangt de werkgever bij beëindiging van de arbeidsrelatie met een werknemer het risico van een billijke vergoeding als het zwaard van Damocles boven zijn hoofd. 

WERKGEVERS OPGELET!
Het niet naleven van de RIVM-richtlijnen kan leiden tot het opleggen van een bestuurlijke boete door de arbeidsinspectie en – in uitzonderlijke gevallen – tot toekenning van een billijke vergoeding aan een werknemer. Om dit te voorkomen is het van belang de RIVM-richtlijnen serieus te nemen en daar zo veel mogelijk naar te handelen. Ga met een werknemer in gesprek op het moment dat u signalen ontvangt dat de werknemer van mening is dat de RIVM-richtlijnen niet of onvoldoende worden nageleefd (bron: de haan advocaten).

Publicatiedatum 03/04/2021