9.7 / 10 121 reviews 

Directeur eetstoorniskliniek terecht ontslagen na weigeren medewerking aan BDO-onderzoek naar financiën (bron: AV)

4 NEWS_READING_TIME_ADD

Terug

Directeur eetstoorniskliniek terecht ontslagen na weigeren medewerking aan BDO-onderzoek naar financiën

Een voormalig operationeel directeur van een eetstoorniskliniek is terecht op staande voet ontslagen vanwege zijn weigering om mee te werken aan een onderzoek van BDO naar financiële malversaties. Dat hij met de eigenares van de kliniek in een vechtscheiding lag, legt geen gewicht in de schaal, oordeelt het gerechtshof in Amsterdam.

Een man treedt in 2011 als operationeel directeur in dienst bij de eetstoorniskliniek die eigendom is van zijn vrouw. In september 2019 – de inmiddels kibbelende echtelieden zijn dan allebei afgetreden als bestuurder van de BV die onder de holding valt – ontstaat binnen de kliniek een discussie over de rekening-courantverhoudingen tussen de kliniek, de operationeel directeur en de eigenares privé enerzijds en tussen de kliniek en andere entiteiten anderzijds.

Financieel en privé in zwaar weer

Met de kliniek loopt het – mede door de ter discussie staande geldstromen – financieel niet lekker, want ABN Amro plaatst de kliniek begin 2020 in Bijzonder Beheer. Met het huwelijk gaat het ook de verkeerde kant op. In juni 2020 wordt de man op non-actief gesteld met behoud van salaris; diezelfde maand benoemt zijn ex zich weer tot bestuurder. In augustus komt er een nieuw hoofd bedrijfsvoering, die ook tot (mede)bestuurder wordt benoemd.

Eind dat jaar wordt BDO gevraagd onderzoek te doen naar de boekingen die zijn verwerkt op de rekening-courant en naar de betalingen aan de directie. Tijdens het onderzoek wordt ook de thuiszittende operationeel directeur bevraagd. BDO ontdekt dat de kliniek eind 2020 een vordering had op de beide ex-echtgenoten van zo’n zes ton.

Zes ton tekort

In het kader van een reorganisatie wordt die vordering opgeëist door de stichting die onderdeel is van de holding waar ook de gelijknamige kliniek onder valt. ‘Uit de analyse van de rekening-courant volgt dat gedurende de boekjaren 2013-2020 circa € 2.500.000 is opgenomen en circa € 1.900.000 is afgelost. Bij [de stichting] en haar gelieerde entiteiten is de vraag gerezen hoe deze transacties tot stand zijn gekomen’, neemt BDO op in het rapport.

Ontslag

Maar de man wil verder niet meewerken aan onderzoek, want hij heeft zelf nog 26 onbeantwoorde vragen. Hij heeft bezwaren tegen de inrichting van het onderzoek en de aan hem gerichte vragen. Dat wordt door zijn opvolger niet gewaardeerd. ‘Als directeur/bestuurder was jij verantwoordelijk voor de financiële gang van zaken en jij bent bij uitstek degene die opheldering zou moeten kunnen geven over de transacties die [BDO] heeft omschreven.

Als hetgeen [BDO] heeft omschreven klopt, dan loopt [de kliniek] nog grote fiscale risico’s, dus jouw reactie hierop had ik zeer wenselijk gevonden.’ De houding van de op non-actief staande directeur is mogelijk reden voor ontslag op staande voet, schrijft hij. Dat gebeurt dan ook eind april 2021.

De operationeel directeur vindt zijn ontslag niet terecht en stapt naar de rechter. Hij eist herstel van de dienstbetrekking en nabetaling van loon. De kantonrechter wijst dat echter af, onder meer met als argument dat de penibele financiële situatie erom vroeg dat de man inzicht gaf in de gang van zaken rondom de zes ton. De directeur krijgt alleen zijn loon over april 2021 nog betaald.

Ontslag te laat?

In hoger beroep stelt de man dat hij te laat is ontslagen. Hij is in maart 2021, ruim voor de accountantsrapportage van BDO en ruim voor het ontslag op staande voet, al beschuldigd van ernstige financiële malversaties. Hij had toen al ontslagen moeten worden, betoogt hij.

Maar het gerechtshof oordeelt dat er weliswaar al vanaf september 2019 discussie was over de rekening-courantverhouding, maar dat de onduidelijkheid daarover nu juist leidde tot het BDO-onderzoek waar de directeur niet aan wilde meewerken, ook niet nadat hem nog een tweede kans was gegeven. ‘[De man] had op dat moment kunnen en moeten weten dat een eventueel ontslag op staande voet gegrond was op zijn opstelling tijdens het onderzoek en had zijn visie daarop kunnen geven.

[Hij] heeft er evenwel voor gekozen bij brief van 29 april 2021 […] te laten weten dat hij op goede gronden zijn medewerking aan het onderzoek had geweigerd en dat hij de conclusies van het onderzoeksrapport niet deelde.’ Dat hij een dag later op staande voet is ontslagen, kan dan ook als onverwijld worden aangemerkt.

Normale werkverhouding

De ontslagen directeur vindt verder dat hij goede redenen had om niet aan het onderzoek mee te werken. Toen zich een vechtscheiding begon af te tekenen, heeft zijn ex hem ook in de arbeidsverhouding het leven zuur gemaakt door zichzelf in 2020 opnieuw als bestuurder te benoemen en hem op non-actief te stellen. Ook heeft ze een streep gezet door de vergoeding van verschillende kosten en een lopende mediation. Hij beticht zijn ex ook van het achterhouden van informatie en het manipuleren van het onderzoek. Het oordeel van de kliniek was al getrokken voordat BDO het onderzoek begon, klaagt hij.

Het hof ziet het anders: na september 2019 resteerde een normale werkgever-werknemerverhouding, waarbij de kliniek mocht verwachten dat de man, eerder verantwoordelijk voor de financiën, zou meewerken aan het onderzoek. ‘Weliswaar heeft [BDO] geschreven dat zijn medewerking aan het onderzoek op vrijwillige basis was, maar [de man] was jegens [de kliniek] (weldegelijk) verplicht om mee te werken aan het onderzoek en tevens gehouden om in te gaan op het verzoek om zoveel mogelijk opheldering te verschaffen. [appellant] heeft gezwegen waar spreken geboden was en dat kan hem ernstig worden aangerekend.’

Partijdigheid niet aangetoond

Het verwijt dat zijn ex een belangrijk besluit over onkostenvergoedingen niet heeft gedeeld, komt te laat, vindt het hof. Dat er zich een vechtscheiding voltrok, is niet genoeg om aan te nemen dat BDO daardoor partijdig zou zijn. ‘Ook echter indien [de man] wel gegronde redenen zou hebben gehad om te twijfelen aan de onpartijdigheid van [BDO], dan ontsloeg hem dat in de gegeven precaire omstandigheden waarin [de kliniek] zich destijds bevond, niet van de gehoudenheid om mee te werken aan het onderzoek. Hij had die opmerkingen dan in zijn commentaar op het onderzoek naar voren kunnen brengen.’

De man grijpt ook naast een transitievergoeding en diverse andere kostenvergoedingen. Wel krijgt hij nog ruim 6.000 -- bruto uitgekeerd voor openstaande vakantiedagen.

Gerechtshof Amsterdam, 20 december 2022

Publicatiedatum 24/01/2023